17/02/2026
In februari 2017 werd ik rolstoelafhankelijk. De officiële diagnose: paraplegie FNS (functionele neurologische stoornis, ook bekend als conversiestoornis). Na het doormaken van de ziekte van Lyme kun je vraagtekens zetten bij die diagnose, maar dat heb ik losgelaten. Het resultaat bleef hetzelfde: ik kon mijn benen niet meer bewegen. (Behandeling van post-Lyme is voor een andere post.)
In 2011 was ik al rolstoelgebruiker, en in de jaren erna werd ik steeds meer afhankelijk van hulpmiddelen. Ik heb hard gestreden om te blijven stappen, want niemand kiest ervoor om in een rolstoel te zitten. Toch kon ik de rolstoel ook als iets positiefs zien: dankzij hem kon ik mee naar de zoo, een wandeling maken, de stad in… Het is maar hoe je het bekijkt, zeker?
Overgaan van rolstoelgebruiker naar volledig rolstoelafhankelijk was een grote schok. Ik moest zoveel leren: hoe maak je een transfer, hoe klim je terug in je rolstoel als je eruit valt, hoe doe je een wheelie zonder achterover te vallen, hoe ga je van een stoep af… en nog zoveel meer.
Ik ervaar het feit dat ik niet kan stappen niet als verschrikkelijk. Na negen jaar weet ik niet beter. Alles gaat trager, elke handeling. Daar had ik het eerste jaar misschien wel het meeste frustratie mee.
Nu ligt mijn frustratie nauwelijks bij de rolstoel zelf, maar bij de ontoegankelijkheid van de wereld. Denk eens na: welke gebouwen bezoek jij in een week? Hoeveel daarvan hebben drempels? De bakker, kledingzaak, opticien, telecomwinkel, krantenwinkel, kinesist, tekenschool, café, dat leuke restaurant…
Vervoer blijft ook een uitdaging. Alle bussen en trams zijn rolstoeltoegankelijk – top! Maar hoeveel perrons zijn dat om er zelfstandig op te geraken? In 2024 is dat 40%, in 2030 moet dat 50% worden. Die cijfers tellen zowel zelfstandig toegankelijk als enkel toegankelijk met begeleider mee. Maar hoeveel haltes zijn vandaag echt zelfstandig toegankelijk? Slechts 12% – 1 op de 8. Het is dus niet omdat je op de tram of bus kunt, dat je er ook makkelijk af komt.
Dat maakt dat wij als rolstoelgebruikers niet volledig gelijkwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Dat frustreert mij veel meer dan het feit dat ik in een rolstoel zit.
De rolstoel zelf is een gewoonte geworden. Ik heb er niet veel negatieve gevoelens meer bij; hij is een deel van mijn lichaam geworden. Ik blijf strijden om te staan, een stap of meerdere te zetten. Maar als dat niet lukt, kan ik echt verder. In de maatschappij daarentegen houdt ontoegankelijkheid me enorm tegen, en dat is moeilijk. Het doet je nadenken: wie ben ik in deze maatschappij en welke plaats mag ik innemen?
Deze ‘verjaardag’ – negen jaar rolstoelafhankelijk – gaat voor mij dus niet zozeer over ‘9 jaar in een rolstoel’, maar over ‘9 jaar in een moeilijk toegankelijke wereld.’