16/10/2026
Zeeuwse sagen: geheimzinnige gangen, verdwenen Tempeliers en de onvoltooide toren van Zierikzee
Oude gebouwen in Zeeland zijn niet alleen stille getuigen van het verleden. Volgens de plaatselijke overleveringen waren er onderaardse vluchtgangen, kastelen van ruziënde broers en een noodlottige bouwmeester wiens toren nooit werd voltooid. Sommige verhalen probeerden het ontstaan van opvallende bouwwerken te verklaren, terwijl andere een geheimzinnige geschiedenis aan oude muren verbonden.
De Nobelpoort: gebouwd door twee adellijke vrouwen
In Zierikzee staat de Nobelpoort, een van de historische stadspoorten van de stad. Volgens een oude Zeeuwse legende werd de poort gebouwd op kosten van twee adellijke vrouwen. Hun namen zouden zijn voortgeleefd in de twee torenspitsen: Anna en Maria.
Waarschijnlijk hadden de beide vrouwen nooit kunnen vermoeden dat het onderste gedeelte van hun poortgebouw eeuwen later een heel andere bestemming zou krijgen. Daar werden namelijk landlopers en vagebonden opgesloten.
De overlevering verbindt zo de namen van twee adellijke vrouwen met een gebouw dat niet alleen een rol speelde in de verdediging van de stad, maar later ook een plaats kreeg in het stedelijke leven van alledag.
De scheve torenspits van Kloetinge
Ook aan de kerken van Kloetinge en Kapelle was een bouwkundige legende verbonden. Volgens het verhaal waren beide kerken gebouwd in opdracht van twee zusters.
Toen de bouwmeester van Kloetinge ontdekte dat zijn toren iets l***r was dan die van Kapelle, zou hij zo wanhopig zijn geworden dat hij zich aan de spits verhing. Sindsdien stond de torenspits scheef op de toren.
Het verhaal bood een dramatische verklaring voor een opvallend bouwkundig detail. Of er werkelijk een verband bestond tussen de bouw van beide kerken en de vermeende zelfmoord van de bouwmeester, vermeldt de overlevering niet.
Drie kastelen en drie ruziënde broers in Sluis
In het Zeeuws-Vlaamse Sluis vertelde men een verhaal over drie kastelen die ooit aan drie broers zouden hebben toebehoord. De broers leefden voortdurend met elkaar in onmin en voerden geregeld strijd.
De bewoner van het kasteel bij de havenmond wist uiteindelijk zijn beide broers te overwinnen. Om te voorkomen dat zij hem later opnieuw kwaad zouden doen, liet hij hun kastelen afbreken.
Door de sloop van de twee burchten zou een groot plein zijn ontstaan. De legende probeerde daarmee het ontstaan te verklaren van het plein tussen de voormalige Oostpoort en het kasteel.
Een historische verklaring ligt echter meer voor de hand. Volgens het krantenartikel is het waarschijnlijker dat het plein ontstond doordat om strategische redenen verschillende straten werden afgebroken.
De geheimzinnige onderaardse gangen van Zeeland
Een terugkerend motief in oude volksverhalen is dat kastelen en kloosters onderaardse gangen zouden hebben gehad. Zulke gangen boden volgens de overlevering een mogelijkheid om tijdens een belegering ongezien te ontsnappen.
Ook in Zeeland kende men dergelijke verhalen. Van het kasteel van Oostende werd verteld dat er een onderaardse gang liep tot aan 's-Heer Hendrikskinderen. Onder het marktplein van Goes zouden eveneens gangen hebben gelegen.
Een bijzonder verhaal was verbonden aan het voormalige klooster Jeruzalem in Kapelle. Toen de Reformatie aanbrak, zouden de nonnen door een onderaardse gang naar het slot Pauques zijn gevlucht. Van daaruit bereikten ze de Schelde, waar een schip klaar lag om hen naar Antwerpen te brengen.
Of dergelijke gangen daadwerkelijk hebben bestaan, is met deze verhalen niet aangetoond. Ze laten vooral zien hoe mensen het verleden van kastelen en kloosters verweefden met vertellingen over geheime doorgangen, vluchtwegen en verborgen verbindingen.
De vloek van de onvoltooide toren van Zierikzee
Een van de opvallendste verhalen betreft de Sint-Lievensmonstertoren in Zierikzee. De toren bleef onvoltooid en dat gaf volgens het krantenartikel aanleiding tot een legende over een ramp die de stad zou hebben getroffen.
De bouwmeester heette volgens het verhaal Anthony Keldermans en was afkomstig uit Mechelen. Hij zou voor de heren van Zierikzee een kerk en een toren bouwen die tweemaal zo hoog moest worden als de Domtoren van Utrecht.
De bouw vorderde tot de onderste omloop toen het noodlot toesloeg. Op een nacht stak een verschrikkelijke storm op. Toen de wateren weer tot rust waren gekomen, bleek de rijke handelsvloot van Zierikzee verloren te zijn gegaan. Vijfhonderd vrouwen zouden in één nacht weduwe zijn geworden.
Ook de bouwmeester ontsnapte niet aan het noodlot. Hij was met een schip vol bouwstenen op de terugweg toen hij schipbreuk leed en verdronk bij de monding van de haven.
Daarmee zou het gedaan zijn geweest met de trots van Zierikzee. De grote toren werd nooit voltooid. Boeren dreven vervolgens de spot met de stedelingen en noemden hen torenkruiers: ze hadden het niet verder gebracht dan het kruien van stenen voor een toren die nooit zijn beoogde hoogte bereikte.
De legende verbond het onvoltooide bouwwerk zo met een rampzalige nacht en de vermeende ondergang van de stedelijke welvaart. De historische achtergrond van het verhaal moet echter worden onderscheiden van de dramatische details van de overlevering.
Het Huis der Tempelieren: een bloedige geschiedenis
In de Meelstraat in Zierikzee staat een oud pand dat bekendstaat als huis De Haene. Het gebouw, dat in het krantenartikel wordt aangeduid met het adres Meelstraat B 12, heeft een bijzondere trapgevel in Brugse stijl uit de eerste helft van de vijftiende eeuw.
Boven de ingang bevonden zich volgens de beschrijving overblijfselen van twee gebeeldhouwde vogels, vermoedelijk hanen. In de volksmond stond het pand bekend als het Huis der Tempelieren, omdat hier volgens de overlevering ooit leden van de orde van de Tempeliers zouden hebben gewoond.
Over deze vermeende bewoners vertelde men een gruwelijk verhaal.
Op een dag zou de stedelijke vroedschap een verzegelde brief hebben ontvangen. Het bevel luidde dat de brief pas op een later vastgestelde dag mocht worden geopend. Toen het zover was, bleek de inhoud een schokkende opdracht te bevatten: alle Tempeliers moesten die nacht worden gedood.
Met hulp van de stadswerklieden zou men vervolgens de poorten van het huis hebben geramd. Iedereen die men aantrof, werd omgebracht. Slechts twee Tempeliers, die elders verbleven, zouden zijn ontkomen.
Volgens de legende werden die nacht overal ter wereld de Tempeliers vermoord. Het verhaal gaf het oude huis daarmee een duister verleden en verbond het met een vermeende internationale vervolging.
De historische werkelijkheid was anders. De Tempeliersorde werd in het begin van de veertiende eeuw opgeheven, maar in Nederland werden volgens het krantenartikel geen Tempeliers gedood. Bezittingen van de orde kwamen onder meer terecht bij de Johannieterorde.
Het verhaal over het Huis der Tempelieren is daarmee vooral interessant als voorbeeld van de manier waarop historische gebouwen een legendarische geschiedenis konden krijgen.
Tempeliers in Zeeuwse kastelen
De Tempeliers waren ook verbonden met verhalen over andere oude kastelen. Volgens het krantenartikel werd bijvoorbeeld op kasteel Westhove bij Domburg verteld dat de orde er zou hebben gewoond.
Dat een gebouw in de volksmond met de Tempeliers werd verbonden, betekende niet automatisch dat hun aanwezigheid historisch kon worden aangetoond. De naam van een machtige, geheimzinnige middeleeuwse orde was kennelijk voldoende om een oud gebouw van een bijzonder verleden te voorzien.
Oude gebouwen als dragers van sagen
De Zeeuwse bouwkundige legenden laten zien hoe mensen opvallende kenmerken van hun omgeving verklaarden. Een scheve torenspits kreeg een tragische oorsprong, een onvoltooide toren werd verbonden met een ramp op zee en een oud huis veranderde in de herinnering van de bevolking in het toneel van een bloedbad.
Ook verhalen over onderaardse gangen keren steeds terug. Ze verlenen kastelen en kloosters een verborgen wereld, waarin vluchtende nonnen, belegerde bewoners en geheime verbindingen een plaats krijgen.
De verhalen zijn niet allemaal als historische feiten te beschouwen. Juist het onderscheid tussen geschiedenis en overlevering maakt ze waardevol: ze laten niet alleen zien hoe Zeeland er vroeger uitzag, maar ook hoe vroegere generaties betekenis gaven aan de gebouwen die zij om zich heen zagen.
Bron: Gereformeerd Gezinsblad, 12 april 1960, ‘Zeeuwse oude gebouwen’. Het artikel verwijst naar het Zeeuws Sagenboek van J.R.W. en M. Sinninghe, uitgegeven door Thieme te Zutphen.