30/08/2026
Luisteren naar wat je lichaam vertelt
Een langzame wandeling naar binnen
We zijn gewend om veel vanuit ons hoofd te leven.
We denken vooruit.
We kijken terug.
We maken plannen, lossen problemen op en proberen te begrijpen wat er in ons leven gebeurt.
Ons lichaam is ondertussen gewoon aanwezig.
Het ademt.
Het beweegt.
Het draagt ons door de dag.
En toch luisteren we er vaak pas naar wanneer het harder begint te roepen.
Een gespannen nek.
Een zucht die steeds terugkomt.
Een ademhaling die hoog zit.
Schouders die zich aanspannen zonder dat je precies weet waarom.
Maar misschien hoeft je lichaam niet eerst te roepen voordat je luistert.
Misschien kun je ook eerder beginnen.
Niet om alles wat je voelt te begrijpen.
Maar om ruimte te maken voor wat er is.
Een langzame wandeling naar binnen
Stel je voor dat je vandaag een wandeling maakt.
Niet buiten, maar door je eigen lichaam.
Zonder doel.
Zonder iets te hoeven verbeteren.
Je begint bij je voeten.
Voel hoe ze de grond raken.
Ga met je aandacht langzaam omhoog.
Je benen.
Je knieën.
Je be**en.
Misschien merk je ergens spanning.
Misschien voel je helemaal niets bijzonders.
Ook dat is goed.
Je hoeft niets te vinden.
Je mag alleen maar opmerken.
Je adem beweegt ondertussen vanzelf met je mee.
In.
En uit.
Misschien wordt je aandacht steeds iets zachter.
Alsof je niet meer naar je lichaam kijkt van een afstand, maar er weer even in gaat wonen.
Je be**en als basis
Je be**en is een plek waar veel samenkomt.
Het draagt je letterlijk.
Het verbindt je benen met je romp en vormt een belangrijke basis voor hoe je beweegt en staat.
Maar het is ook een gebied waar we gemakkelijk spanning vasthouden.
Wanneer je veel zit.
Wanneer je gespannen bent.
Wanneer je voortdurend ‘aan’ staat.
Of simpelweg omdat je lichaam zich op een bepaalde manier heeft aangepast aan alles wat je in je leven meemaakt.
Je hoeft daar geen verhaal van te maken.
Je hoeft niet te weten waarom je ergens spanning voelt.
Je kunt het alleen maar opmerken.
Misschien kun je je afvragen:
Kan ik hier iets meer ruimte laten ontstaan?
Niet door te forceren.
Misschien juist door minder te doen.
Door te ademen.
Door het gewicht van je lichaam weer te voelen.
De psoas – de ‘spier van de ziel’
Diep in je lichaam ligt de psoas.
Een spier die betrokken is bij beweging en verbinding tussen je romp en je benen.
In de yogatraditie wordt de psoas soms de ‘spier van de ziel’ genoemd.
Dat is geen medische benaming, maar een beeldende metafoor.
Een manier om te spreken over een plek diep in het lichaam die verbonden wordt met ons gevoel van veiligheid, spanning en aanwezigheid.
Misschien spreekt juist die metafoor tot de verbeelding.
Want soms voelt het alsof ons lichaam iets vasthoudt wat we met ons hoofd allang hebben losgelaten.
Niet omdat daar letterlijk een emotie opgeslagen ligt die we moeten vinden.
Maar omdat ervaringen zich kunnen uitdrukken in hoe we ons lichaam gebruiken.
In spanning.
In onze houding.
In onze ademhaling.
In de manier waarop we bewegen.
We hoeven daar niet meteen een verklaring voor te zoeken.
We kunnen beginnen met luisteren.
Het middenrif en de adem
Ga met je aandacht verder omhoog.
Naar je buik.
Naar je ribben.
Naar je middenrif.
Bij iedere ademhaling beweegt deze grote ademhalingsspier mee.
Misschien voel je de adem vooral in je borst.
Misschien beweegt je buik zachtjes mee.
Misschien merk je dat je adem op sommige momenten ruim is en op andere momenten kleiner.
Ook hier hoef je niets te veranderen.
De adem is geen opdracht.
Ze is een ingang.
Een manier om terug te keren naar het moment waarin je nu bent.
Misschien kun je een paar ademhalingen lang alleen maar volgen hoe de adem beweegt.
Zonder haar dieper te maken.
Zonder haar rustiger te maken.
Alleen volgen.
In.
Uit.
En opnieuw.
De stille taal van het lichaam
Ons lichaam vertelt ons niet altijd een verhaal dat we hoeven te begrijpen.
Soms is spanning gewoon spanning.
Soms is vermoeidheid gewoon vermoeidheid.
En soms weten we niet waar iets vandaan komt.
Dat hoeft ook niet.
Ervaringen kunnen zich op allerlei manieren in ons lichaam uitdrukken. In spanning, houding, ademhaling en bewegingspatronen. De fascia (het bindweefsel) maakt deel uit van het lichamelijke netwerk waarin al deze structuren en bewegingen met elkaar verbonden zijn.
Je hoeft niet precies te weten hoe dat netwerk werkt om ernaar te kunnen luisteren.
Misschien is dat juist de uitnodiging.
Niet meer kennis verzamelen.
Maar meer aanwezig zijn.
Ruimte in plaats van oplossing
We zijn geneigd om ongemak op te lossen.
Een gespannen plek moet ontspannen.
Een stijve plek moet soepeler.
Een pijnlijke plek moet verdwijnen.
Maar wat gebeurt er als je eerst alleen maar aanwezig bent bij wat je voelt?
Misschien verandert er iets.
Misschien niet.
De waarde zit niet alleen in het resultaat.
Er is ook iets helends aan jezelf niet meteen te hoeven verbeteren.
Jezelf de tijd geven om te voelen.
Om te ademen.
Om ruimte te ervaren.
Soms is dat alles wat nodig is om weer iets dichter bij jezelf te komen.
Een kleine lichaamswandeling voor vandaag
Je kunt deze oefening op ieder moment van de dag doen.
Ga zitten of staan.
Sluit eventueel je ogen.
Breng je aandacht naar je voeten.
Voel de grond.
Ga langzaam omhoog:
voeten → benen → be**en → buik → ribben → middenrif → borst → schouders → nek → gezicht.
Zonder oordeel. Je hoeft niets te veranderen.
Stel jezelf onderweg alleen de vraag:
Wat merk ik hier op?
Misschien voel je warmte.
Koude.
Spanning.
Ruimte.
Beweging.
Of helemaal niets.
Alles mag er zijn.
Wanneer je bovenaan bent aangekomen, voel dan je lichaam als één geheel.
Adem.
En merk misschien op hoe het is om hier te zijn.
Niet in je hoofd.
Niet bij wat straks moet.
Maar hier.
In je lichaam.
Tot slot
Je lichaam hoeft niet altijd iets te vertellen wat je moet begrijpen.
Het hoeft geen raadsel te zijn dat je moet oplossen.
Misschien is het soms genoeg om te luisteren.
Een ademhaling op te merken.
Een gespannen schouder te voelen.
Het gewicht van je be**en te ervaren.
Je voeten op de grond te voelen.
En jezelf even de vraag te stellen:
Wat heb ik nu nodig?
Misschien komt er een antwoord.
Misschien ook niet.
Je hoeft nergens naartoe.
Je hoeft niets te repareren.
Je mag alleen wat meer ruimte maken voor jezelf.
Je lichaam vertelt niet altijd een verhaal dat je moet begrijpen. Soms vraagt het alleen om ruimte.