08/04/2026
Wat mooi ook kan betekenen…………
Hij was in de negentig en nog samen met zijn geliefde vrouw.
Zo’n leeftijd waarop het leven langzaam kleiner wordt, maar de rituelen blijven. Een kopje theezetten, bijvoorbeeld. Voor zichzelf en voor zijn vrouw. Gewoon, zoals iedere avond.
Hij liep net nog naar de keuken, kookte water en schonk dit in en hing er een theezakje in. Ging daarna zitten in zijn vertrouwde stoel in de woonkamer op zijn plek. Zijn plek waar hij iedere avond zat bij zijn vrouw.
En toen… ging het mis.
Zijn vrouw zag het als eerste. Iets met zijn ademhaling klopte niet. Paniek. Ze deed wat ze kon bedenken en haalde zijn gebit uit, misschien om hem extra lucht te geven. Een rochelend geluid volgde. En daarna… niets meer.
Zo snel kan het gaan.
Van thee zetten naar overlijden, in een paar minuten tijd.
Toen mijn collega en ik binnenkwamen bij meneer, hing er een geur. Zuur zweet. Mijn collega zei zacht dit is angstzweet. Het lichaam reageert op de hartstilstand.”
Een lichamelijke reactie. Logisch. Verklaarbaar.
En toch voelt het ongemakkelijk om te bedenken dat angst zo’n duidelijke geur kan achterlaten.
Maar er was ook iets anders.
Hij was niet alleen.
Hij was thuis. In zijn eigen stoel. Met zijn vrouw dichtbij. Geen onbekende kamer, geen haastige handen, geen afstand. Hoe heftig het moment ook was—en dat was het zeker hij ging in zijn eigen wereld, naast degene met wie hij zijn leven deelde.
Voor zijn vrouw was het een schok. Natuurlijk. Zo’n moment overvalt je, hoe oud iemand ook is. Leeftijd maakt afscheid niet makkelijker, alleen misschien iets minder onverwacht op papier.
Er werd gekozen voor een thuisopbaring.
De dochters kwamen, met hun partners. De sfeer veranderde langzaam van paniek naar zorgzaamheid. Naar iets wat lijkt op rust, maar dat eigenlijk gewoon liefde is die nog iets wil doen.
Wij verzorgden hem achter gesloten deuren, op verzoek van de familie. Rustig. Met aandacht. Hij kreeg zijn eigen kleding aan: een trui, een blouse, een nette pantalon. Geen haast. Geen ruis.
Toen de deuren weer opengingen, was daar een andere stilte.
De familie keek. En knikte.
“Hij ligt er mooi bij,” zeiden ze.
Mooi.
Een bijzonder woord, op zo’n moment.
Want mooi betekent hier niet perfect. Niet jong. Niet levend.
Mooi betekent: herkenbaar. Zacht. Waardig. Alsof iemand nog steeds zichzelf is, zelfs nu.
En misschien is dat wel het belangrijkste wat er nog te geven is aan het einde. Niet dat het niet verdrietig is. Niet dat het niet rauw is.
Maar dat het, ondanks alles… mooi mag zijn.