02/06/2026
Waar is de tintel in je bloed?
Toon Hermans zong ooit in zijn lied Moe: Lieve mens, waar is de prikkelende tintel in je bloed? Kwam dit nummer tegen op YouTube. Prachtige tekst! (Ik zet ‘m in de comments hieronder) Want ja, waar is die tintel gebleven?
Kijk op maar op straat of in de supermarkt. Mensen met doffe ogen. Zure Truusen. Chagrijnige be**en in de trein. Alsof alle leven eruit is.
Herken je het? Bij anderen? Bij jezelf? Mensen die doorgaan. Die functioneren. Die zorgen, regelen, werken.
Lachen op het juiste moment en zeggen dat het goed gaat. En ergens is dat misschien ook zo. Het gaat goed genoeg. Alleen het leven zelf is een beetje uit het lijf verdwenen.
De tintel is weg. De lichtjes in je ogen ook. Er is schijnveiligheid voor in de plaats gekomen.
Veel mensen denken dat levenslust iets groots moet zijn. Een nieuwe liefde. Een reis. Een doorbraak. Een totaal ander leven. Volgens mij is het veel eenvoudiger. Levenslust komt terug op het moment dat je stopt met jezelf verlaten.
Wanneer je weer voelt wat je eigenlijk voelt. Wanneer je stopt met ja zeggen terwijl je nee bedoelt. Of nee zegt terwijl je ja voelt. Wanneer je stopt met dragen wat niet van jou is. Wanneer je jezelf weer serieus neemt.
In opstellingen zie ik dat vaak gebeuren. Iemand komt binnen met een verhaal. Over moe zijn. Vastzitten. Niet weten wat er aan de hand is. En dan, ergens in het veld, wordt zichtbaar waar het leven is ingehouden.
Een kind dat te vroeg volwassen werd. Een dochter die haar moeder droeg. Een zoon die de leegte van zijn vader vulde. Een vrouw die haar verlangen wegstopte omdat het te gevaarlijk voelde om voluit te leven.
En dan gaat het over terugkomen. Terug in je lijf. Terug op je eigen plek. Terug bij wat klopt. En daar begint die tintel weer.
Soms zie je het aan iets kleins. Een zucht. Een traan. Iemand die ineens weer wat zachter wordt. De ogen veranderen. Het ijs smelt. Er komt weer licht en leven in.
Dat is voor mij vaak het mooiste moment in een opstelling. Wanneer iemand zichzelf weer een beetje terugvindt. Geen groot spektakel. Gewoon leven dat weer begint te stromen.
Dus misschien is dit de vraag. Waar ben ik mezelf kwijtgeraakt? Waar ben ik gaan aanpassen? Waar ben ik gaan dragen wat niet van mij is? Waar ben ik ja gaan zeggen terwijl ik nee voelde? Of nee terwijl het eigenlijk ja was?
Waar heb ik mijn tintel ingeruild voor schijnveiligheid?
En misschien hoeft het vandaag niet allemaal in ene. Eén keer voelen wat klopt. Eén keer niet meegaan. Eén keer je mond houden waar je anders ja zou zeggen. Of juist iets uitspreken waar je normaal gesproken je mond houdt en alles weer inslikt.
Daar begint het al.
Want die tintel is niet weg. Die komt terug zodra jij jezelf niet meer verlaat.