13/11/2025
Ik zie vaak ouders klagen over hun autistische kinderen: “Hij bepaalt alles”, “Ze luistert nooit”, “Het moet altijd op hún manier.”
En eerlijk? Het doet pijn om dat te lezen.
Niet omdat ouders geen moeite mogen hebben — opvoeden is intens.
Maar omdat deze woorden vaak laten zien hoe weinig echt gekeken wordt naar wat er onder het gedrag gebeurt.
Voor veel autistische kinderen is “moeilijk gedrag” geen machtsstrijd.
Het is een zenuwstelsel dat overloopt.
Het is paniek, niet koppigheid.
Het is bescherming, geen manipulatie.
Wanneer een kind gaat tijdrekken, weigeren, weglopen, overprikkeld raken of zelfs schreeuwen, dan denkt een ouder vaak: “Hij wil niet luisteren.”
Maar vanuit mijn ervaring, en die van veel anderen zoals ik, is het meestal:
“Ik kán dit niet meer. Mijn systeem zit vol.”
Toch blijven sommige ouders het framen als “dominant” of “bepalend”.
Daarmee leg je het probleem bij het kind neer.
Terwijl de oorzaak vaak ligt in verwachtingen die niet passen bij hun zenuwstelsel.
En ja, het vraagt van ouders om anders te kijken.
Om te vertragen.
Om hun eigen behoefte aan controle los te laten.
Dat is niet altijd makkelijk — maar het is wél nodig.
Want een kind dat zich veilig voelt, hoeft niet te ontploffen.
Een kind dat gehoord wordt, hoeft niet constant in verzet te gaan.
Een kind dat autonomie krijgt, hoeft geen controle te zoeken.
Het is tijd dat we stoppen met autistische kinderen neerzetten als lastig, bepalend of manipulatief.
Ze proberen niet jouw huishouden over te nemen.
Ze proberen gewoon te overleven in een wereld die hen veel te snel en veel te hard raakt.
Als we dat eindelijk gaan zien, verandert alles.