22/10/2026
In 2009 stopte ik in de kapsalon en ging ik alleen nog in de tattooshop werken.
De persoonlijke gesprekken gingen gewoon door.
Eerst als kapster en inmiddels bijna twintig jaar als tatoeëerder heb ik heel wat mensen in mijn stoel mogen ontvangen.
Andere spullen in mijn handen, maar nog steeds dezelfde nieuwsgierige Nienke.
Het kletsen heeft nooit een carrièreswitch gemaakt.
Zelfs klanten uit de kapsalon kwamen bij mij voor een tattoo of piercing.
Ze kenden mij, voelden zich op hun gemak en daardoor was die stap toch wat minder eng. Bijzonder dat iemand je vanuit een heel ander vak blijft opzoeken en ook daarvoor zijn vertrouwen geeft.
Dat vertrouwen heb ik door de jaren heen bij veel klanten mogen opbouwen.
Soms begint het met een klein praatje en hoor ik tijdens volgende afspraken steeds meer over iemands leven.
Vaak verbonden met de tattoo die ik mag zetten: een herinnering, een verlies, iets wat is overwonnen of juist gevierd mag worden.
Zelf heb ik daarin ook veel geleerd.
Vroeger dacht ik: gezellig praten, dan voelt iemand zich vanzelf op zijn gemak.
Inmiddels weet ik dat iedereen iets anders nodig heeft.
De één deelt zijn levensverhaal, de ander heeft liever rust. Allebei prima.
Ik ben een gevoelsmens en voel veel aan, maar blijf luisteren en vragen.
Je leert iemand tenslotte niet kennen door alvast in te vullen hoe diegene zich voelt.
Er wordt weleens gezegd dat je als kapster bijna een psycholoog bent.
Dat luisterende oor is gewoon meegegaan naar de shop.
Ik heb niet overal een oplossing voor, maar kan wel aandacht geven en zorgvuldig omgaan met wat iemand mij vertelt.
Bij deze foto uit 2012 denk ik aan alle mensen die sindsdien in mijn stoel hebben gezeten. Sommigen kende ik al uit de kapsalon, anderen ontmoette ik later.
Dat zoveel mensen mij steeds opnieuw hun vertrouwen geven, maakt me dankbaar en trots.
Wie zat er vroeger al bij mij in de kappersstoel en wie heeft mij leren kennen in de shop?