19/06/2026
Levinas overleefde de Tweede Wereldoorlog in een Duits krijgsgevangenenkamp. Zijn ouders, broers en schoonouders werden daar vermoord. Na de oorlog stelde hij de vraag die hem de rest van zijn leven zou bezighouden: hoe is het mogelijk dat mensen elkaar zo kunnen behandelen?
Vanuit die vraag ontwikkelde hij een filosofie die focust op één ding: de ontmoeting met de ander. Levinas geloofde dat je jezelf alleen kunt kennen via een ander. Dat de ander niet iemand is die je leven compliceert, maar de voorwaarde is voor het leven zelf. Zonder de ander bestaat er geen ik.
In onze maatschappij, in het dagelijks leven, staat het individu centraal. Wie ben ik, wat wil ik, hoe bouw ik mijn eigen leven. Levinas draait dat juist om. Jij bestaat omdat anderen jou hebben gezien, gevormd, tegengesproken en vastgehouden. Je wordt mens in de spiegel van een ander gezicht.
Levinas leefde in een tijd waarin mensen elkaar systematisch hadden leren wegkijken. Zijn antwoord was even eenvoudig als radicaal: kijk terug.