12/08/2026
Kniebelasting bij catapults
Wat gebeurt er wanneer het board stopt maar het lichaam doorgaat?
Een windsurfer planeert op hoge snelheid. Beide voeten staan in de voetbanden, het lichaam hangt via het trapeze aan het tuig en board, surfer en zeil vormen tijdelijk één dynamisch systeem.
Dan gebeurt het onverwachte.
De vin raakt een zandbank. De rail hapt in een stuk chop. De neus boort zich in de achterkant van een golf. Het board landt na een sprong te vlak of scheef. Of tijdens een slalomrun wordt het board abrupt afgeremd terwijl het tuig nog vol vermogen levert.
Het board verliest in een fractie van een seconde een groot deel van zijn voorwaartse snelheid.
Het lichaam niet.
De romp beweegt door naar voren. Het tuig trekt verder. De heup passeert de voeten. Maar één of beide voeten zitten mogelijk nog in de voetbanden.
Dat is het moment waarop een ogenschijnlijk eenvoudige catapult kan veranderen in een complexe kniebelasting.
De klassieke windsurfcatapult wordt vaak gezien als een probleem van hoofd, schouder, mast en giek. Voor de onderste extremiteit speelt echter een ander mechanisme: plotselinge deceleratie van het board gecombineerd met tijdelijke fixatie van de voet.
Juist die combinatie verdient aandacht.
⸻
De catapult als deceleratietrauma
Mechanisch gezien is een catapult in essentie een probleem van impuls en momentum.
Zolang surfer en board ongeveer dezelfde snelheid en richting hebben, is het systeem relatief stabiel. Wanneer het board plotseling vertraagt, wil de massa van het lichaam volgens de traagheidswet zijn beweging voortzetten.
Hoe groter de snelheid vóór de verstoring en hoe korter de tijd waarin het board wordt afgeremd, des te groter de benodigde vertraging.
Daarmee ontstaat een belangrijk principe:
Niet alleen de snelheid bepaalt de belasting, maar vooral hoe abrupt die snelheid verandert.
Een gecontroleerde val waarbij board en surfer geleidelijk vertragen is biomechanisch iets totaal anders dan een board dat vrijwel onmiddellijk wordt afgeremd doordat de vin een object raakt.
Bij de laatste situatie kan het board tijdelijk als een anker functioneren terwijl de romp nog tientallen centimeters naar voren beweegt.
Wanneer de voeten onmiddellijk uit de voetbanden komen, wordt een groot deel van deze mechanische koppeling verbroken.
Wanneer één voet blijft zitten, verandert de situatie fundamenteel.
Dan ontstaat een bewegende romp boven een relatief gefixeerde distale extremiteit.
En precies dat type situatie kennen we uit de knieblessureliteratuur.
⸻
De voetband verandert de kinetische keten
Een voetband heeft tijdens normaal windsurfen een belangrijke functie. Hij vergroot de mechanische koppeling tussen surfer en board en maakt het mogelijk om grote krachten efficiënt over te brengen.
Tijdens een crash kan dezelfde koppeling echter een nadeel worden.
In oudere windsurfliteratuur is al beschreven dat fixatie van de voeten in de straps tijdens een val aanzienlijke rotatiekrachten in de onderste extremiteit kan veroorzaken. In een onderzoek onder World Cup-windsurfers bevond het grootste deel van de gerapporteerde blessures zich aan de onderste extremiteit. Knieblessures waren relatief minder frequent dan enkelblessures, maar wanneer de knie betrokken was, betrof het opvallend vaak ernstige band- of meniscusletsels. De auteurs koppelden dit expliciet aan de rotatiekrachten die kunnen ontstaan wanneer de voeten tijdens een val in de straps gefixeerd blijven. (PubMed)
Ook afzonderlijke casusbeschrijvingen van windsurfblessures schrijven ernstige letsels toe aan benen die tijdens een val verdraaiden terwijl de voeten in de straps bleven zitten. (PubMed)
Een recente review van acute windsurfblessures bevestigt dit beeld. Knieletsels zoals ACL- en MCL-letsel en meniscusscheuren zijn beschreven, terwijl tractie of torsie van een gefixeerde voet tot de gedocumenteerde letselmechanismen behoort. Catapult falls en high-speed falls worden eveneens genoemd als manoeuvres waarbij relatief vaak blessures ontstaan. (PubMed Central (PMC))
De voetband moet daarom biomechanisch niet alleen als controlemiddel worden gezien.
Tijdens een crash kan hij tijdelijk een distale constraint worden.
⸻
Van voet naar knie: waar ontstaat het probleem?
De knie is uitstekend geschikt om grote krachten in flexie en extensie te verwerken. Maar de knie is geen zuiver scharniergewricht. Tijdens beweging bestaan ook rotatie, translatie en kleine bewegingen in het frontale vlak.
Dat wordt problematischer wanneer de voet wordt gefixeerd terwijl femur, be**en en romp verder bewegen.
Stel dat tijdens een catapult de achterste voet direct vrijkomt maar de voorste voet nog enkele fracties van een seconde in de strap blijft.
Het board bepaalt dan gedeeltelijk de positie van voet en tibia.
De romp beweegt ondertussen naar voren en mogelijk naar lij.
Het be**en roteert.
Het femur volgt die beweging.
Maar de tibia kan die beweging niet volledig volgen omdat de voet nog aan het board gekoppeld is.
Daarmee kan een combinatie ontstaan van:
* knie-extensie of beperkte kniebuiging;
* tibiale rotatie;
* femorale rotatie ten opzichte van de tibia;
* valgus- of varusmomenten;
* anterieure translatie van de tibia;
* compressie en schuifbelasting;
* trekkrachten op kapsel en ligamenten.
Het gevaar zit dus niet noodzakelijk in één extreem grote beweging.
Het zit in de multiplanaire combinatie van krachten binnen zeer korte tijd.
⸻
Het ACL: wanneer deceleratie en rotatie samenkomen
Voor de voorste kruisband — het anterior cruciate ligament of ACL — is vooral de combinatie van plotselinge deceleratie, relatief gestrekte knie, anterieure tibiale schuif en rotatie relevant.
Onderzoek naar non-contact ACL-blessures laat zien dat letsel vaak ontstaat tijdens snelle deceleratie- of landingsbewegingen waarbij verschillende belastingscomponenten tegelijkertijd optreden. Een krachtige quadricepsactivatie bij een relatief gestrekte knie kan de tibia naar voren trekken ten opzichte van het femur. De ACL moet deze anterieure translatie mede begrenzen. (PubMed)
Daar komt rotatie bij.
Wanneer een gefixeerde voet voorkomt dat de tibia vrij met het lichaam meedraait terwijl heup en femur wel roteren, neemt de torsie rond de knie toe.
Videoanalyses van ACL-blessures in andere sporten tonen daarom meestal geen zuiver sagittaal letselmechanisme. Kniebelasting tijdens een ernstig ACL-moment is doorgaans multiplanair, met combinaties van flexie/extensie, valgus en tibiale rotatie. (PubMed)
Dat betekent niet dat een windsurfcatapult automatisch een ACL-ruptuur veroorzaakt.
Wel betekent het dat een bepaalde catapult biomechanische kenmerken kan bevatten die bekendstaan als ongunstig voor het ACL:
hoge deceleratie + gefixeerde voet + geringe knieflexie + rotatie + frontale kniebelasting.
⸻
Waarom een licht gebogen knie iets anders is dan een bijna gestrekte knie
De positie van de knie op het moment dat het board stopt is waarschijnlijk belangrijk.
Bij een meer gebogen knie kunnen spieren rond knie en heup een groter deel van de energie absorberen. De hamstrings kunnen bovendien, afhankelijk van de flexiehoek, bijdragen aan een posterieure schuifkracht op de tibia en daarmee een deel van de anterieure belasting van het ACL tegengaan.
Bij een knie dichter bij extensie verandert dit.
De quadriceps kan dan relatief meer anterieure tibiale schuif veroorzaken en de hamstrings hebben biomechanisch minder mogelijkheid om deze belasting te compenseren. Een recente review van spierkrachten en ACL-belasting laat zien dat quadriceps en gastrocnemius de ACL-belasting vooral bij een meer gestrekte knie kunnen vergroten, terwijl de ontlastende werking van de hamstrings duidelijker wordt vanaf ongeveer 20–30 graden knieflexie. (PubMed)
Ook een recente systematische review naar biomechanische ACL-risicofactoren vond dat kleinere knieflexiehoeken samenhangen met hogere ACL-belasting. (PubMed)
Voor een windsurfer betekent dit dat een volledig gestrekte, stijve stance tijdens een onverwachte abrupte stop theoretisch minder gunstig kan zijn dan een positie waarin enkel, knie en heup nog bewegingsruimte hebben.
⸻
Het MCL: wanneer de knie naar binnen wordt gedwongen
Niet iedere catapult veroorzaakt primair ACL-belasting.
Wanneer het board onder de surfer draait of één voet achterblijft terwijl het be**en zijwaarts verplaatst, kan een sterk valgusmoment ontstaan.
Het mediale collaterale ligament, het MCL, is een belangrijke passieve stabilisator tegen valgusbelasting.
Klassieke MCL-mechanismen bestaan vaak uit een combinatie van knieflexie, valgus en rotatie. (PubMed Central (PMC))
Bij windsurfen kan zo’n situatie bijvoorbeeld ontstaan wanneer:
het board plotseling naar loef draait,
de voorste voet in de strap blijft,
de knie mediaal beweegt,
terwijl heup en romp over het board heen naar voren of naar lij bewegen.
Dan hoeft er niets tegen de buitenzijde van de knie te slaan.
De geometrie van board, voetband, tibia en bewegende lichaamsmassa kan zelf het valgusmoment genereren.
Daarmee kan een catapult een non-contact MCL-mechanisme krijgen.
⸻
De meniscus: compressie plus rotatie
De meniscus vormt een ander kwetsbaar element.
De mediale en laterale meniscus verdelen belasting over het tibiofemorale gewricht, dragen bij aan stabiliteit en helpen krachten over het gewrichtsoppervlak te verspreiden.
Een klassieke traumatische meniscusblessure bij een jonge sporter ontstaat vaak wanneer een gebogen, belaste knie wordt verdraaid. (PubMed Central (PMC))
Dat scenario kan tijdens een catapult relatief eenvoudig worden gereproduceerd.
De voet blijft op het board.
De knie is gebogen.
Het lichaamsgewicht en de bewegingsenergie veroorzaken compressie.
Tegelijkertijd roteert het femur ten opzichte van de tibia.
De meniscus wordt daarmee niet alleen samengedrukt, maar tegelijkertijd blootgesteld aan schuif- en torsiekrachten.
Een bestaande degeneratieve verandering van de meniscus kan de tolerantie voor zo’n belasting verder verminderen. Dat is vooral relevant bij de oudere lifelong windsurfer: dezelfde catapult hoeft bij verschillende surfers niet dezelfde weefselschade te veroorzaken.
⸻
Het gevaarlijkste moment: één voet komt los
Een interessante catapultsituatie ontstaat wanneer beide voeten aanvankelijk in de straps staan, maar slechts één voet onmiddellijk vrijkomt.
Symmetrie verandert dan plotseling in asymmetrie.
Stel:
achterste voet komt los — voorste voet blijft zitten.
De romp beweegt naar voren, terwijl het voorste onderbeen nog aan het board gekoppeld is. Het be**en kan vervolgens om deze gefixeerde extremiteit heen roteren.
Of andersom:
voorste voet komt los — achterste voet blijft zitten.
Dan kan de langere hefboom tussen romp en achterste voet aanzienlijke torsie over knie, heup en enkel veroorzaken terwijl het board tegelijkertijd draait.
Welke variant gevaarlijker is, kan op basis van de huidige literatuur niet betrouwbaar worden vastgesteld. Daarvoor ontbreken specifieke biomechanische metingen tijdens echte windsurfcatapults.
Maar mechanisch is één principe duidelijk:
asymmetrische release van de voeten kan de resterende gefixeerde extremiteit veranderen in het rotatiepunt van de crash.
Dat is waarschijnlijk een belangrijk onderzoeksgebied voor toekomstige windsurfbiomechanica.
⸻
Waarom snelheid zo belangrijk is
Een catapult bij 15 km/u is niet hetzelfde als een catapult bij 50 km/u.
Kinetische energie neemt toe met het kwadraat van de snelheid:
Eₖ = ½mv²
Een verdubbeling van de snelheid betekent dus viermaal zoveel kinetische energie.
Niet al die energie wordt uiteraard door de knie opgenomen. Een deel gaat naar het tuig, het trapeze, de armen, het water, het board en uiteindelijk de val.
Maar wanneer het board abrupt stopt en een voet tijdelijk gefixeerd blijft, kan een deel van die energie via de onderste extremiteit worden geleid.
Daarom zijn high-speed crashes biomechanisch fundamenteel anders dan langzaam omvallen.
Dat sluit aan bij de epidemiologische windsurfliteratuur: jumping, high-speed falls en catapult falls behoren tot de manoeuvres die het vaakst met acute blessures worden geassocieerd. (PubMed)
⸻
Wave: onvoorspelbaarheid en rotatie
Bij wave windsurfen is de catapult zelden een perfect rechtlijnige gebeurtenis.
Het board kan tijdens een bottom turn een rail pakken.
De neus kan na een landing insteken.
Een vin kan de bodem raken.
Een landing kan plaatsvinden terwijl board en lichaam niet volledig in dezelfde richting bewegen.
Of whitewater kan het board plotseling vertragen terwijl de surfer nog voorwaarts beweegt.
Daarom is wave vooral interessant vanwege de combinatie:
deceleratie + rotatie + onvoorspelbaarheid.
De richting van de krachten kan binnen milliseconden veranderen.
Daarnaast worden waveboards vaak gebruikt met een voetbandconfiguratie die veel controle tijdens sprongen en manoeuvres moet geven. Hoe de geometrie, hoogte en strakheid van deze straps de release tijdens verschillende crashrichtingen beïnvloeden, is wetenschappelijk nauwelijks onderzocht.
⸻
Freestyle: de voet moet blijven zitten — totdat hij juist los moet
Bij freestyle ontstaat een bijzonder biomechanisch dilemma.
Voor veel manoeuvres is een sterke koppeling tussen voet en board noodzakelijk. Tijdens rotaties, aerial tricks en switch-stance manoeuvres moet het board de voeten volgen.
Maar dezelfde mechanische koppeling die de trick mogelijk maakt, kan tijdens een mislukte rotatie de belasting vergroten.
Het risico ontstaat vooral wanneer board en lichaam verschillende rotatiesnelheden of rotatierichtingen krijgen.
De surfer draait door.
Het board wordt door het water afgeremd.
Eén voet komt los.
De andere niet.
Daarmee kan in zeer korte tijd een grote torsie over enkel, knie en heup ontstaan.
Freestyle stelt daarom tegengestelde eisen aan de voetband:
voldoende retentie voor controle, maar voldoende bewegings- en releasemogelijkheid tijdens een crash.
De optimale balans is waarschijnlijk individueel en manoeuvrespecifiek. Er is momenteel onvoldoende wetenschappelijk bewijs om één exacte strapinstelling als blessurepreventief optimaal aan te wijzen.
⸻
Slalom: snelheid verandert alles
Bij slalom ligt het accent elders.
Hier kan de absolute snelheid veel hoger liggen.
Een catapult bij hoge snelheid — bijvoorbeeld doordat de vin debris, wier of bodem raakt of doordat het board plotseling controle verliest in chop — kan een extreem snelle deceleratie veroorzaken.
De surfer heeft dan nauwelijks tijd voor een vrijwillige beschermingsreactie.
Juist de combinatie van:
hoge snelheid + relatief gestrekte krachtige stance + grote zeilkracht + abrupte boarddeceleratie
maakt slalom biomechanisch interessant.
Een klein verschil in stoptijd kan enorme gevolgen hebben voor de piekbelasting.
Wanneer een board bijvoorbeeld niet in één fractie van een seconde maar over een iets langere afstand kan vertragen, wordt de piekbelasting sterk gereduceerd. Wanneer de vin daarentegen abrupt blokkeert, ontstaat een veel steilere deceleratiepiek.
Voor de knie kan vervolgens vooral de vraag bepalend zijn:
komt de voet vrij voordat de lichaamsmassa de knie als hefboom gaat gebruiken?
⸻
De catapult is een ketenprobleem
Een knieblessure tijdens een catapult moet daarom niet uitsluitend vanuit de knie worden bekeken.
De volledige keten bestaat uit:
water → vin/board → voetband → voet → enkel → tibia → knie → femur → heup → be**en → romp → trapeze → tuig.
Op verschillende plaatsen kan energie worden geabsorbeerd of kan de keten worden onderbroken.
Een voet die uit de strap komt, verbreekt bijvoorbeeld een belangrijke mechanische verbinding.
Een knie die kan flexeren absorbeert energie.
Een heup die kan bewegen absorbeert energie.
Het loskomen uit het trapeze verandert opnieuw de koppeling.
En uiteindelijk absorberen tuig, water en lichaam de resterende energie.
De ernstigste kniebelasting ontstaat waarschijnlijk niet wanneer alles beweegt.
Ze ontstaat wanneer een deel van het systeem plotseling stopt terwijl een ander deel nog beweegt.
⸻
Kan spierkracht de knie beschermen?
Tot op zekere hoogte.
Hamstrings, quadriceps, gastrocnemius, soleus en heupmusculatuur dragen gezamenlijk bij aan dynamische stabilisatie van de onderste extremiteit. Vooral de verhouding tussen quadriceps- en hamstringactiviteit beïnvloedt de anterieure schuifkrachten rond de knie. (PubMed)
Sterke heupabductoren en externe rotatoren kunnen bovendien bijdragen aan controle van femurpositie en frontale kniekinematica.
Maar er bestaat een grens aan neuromusculaire bescherming.
Een volledig onverwachte catapult kan zo snel plaatsvinden dat de beschikbare reactietijd zeer beperkt is.
Je kunt een mechanisch slechte situatie dus niet simpelweg compenseren met sterkere hamstrings.
Daarom moeten krachttraining en neuromusculaire training worden gezien als onderdelen van risicoreductie, niet als garantie tegen letsel.
⸻
Wat kan de windsurfer praktisch doen?
Preventie begint niet bij de knie, maar bij het volledige systeem.
1. Voetbandinstelling serieus nemen
Een voetband moet controle bieden zonder de voet onnodig op te sluiten.
Te strak is niet automatisch veiliger.
Maar extreem ruime straps zijn evenmin vanzelfsprekend veilig, omdat de voet verder in de band kan schuiven en daardoor juist moeilijker kan vrijkomen.
De ideale instelling hangt onder andere af van discipline, board, voetvorm, schoeisel en manoeuvre.
Er bestaat momenteel geen goede klinische studie die een exacte veilige voetbandhoogte voorschrijft.
2. Train niet alleen kracht maar ook deceleratie
Voor windsurfers is uitsluitend maximale krachttraining onvoldoende.
Interessanter zijn onder andere:
* squat- en split-squatvarianten;
* single-leg control;
* gecontroleerde landingen;
* laterale deceleratie;
* rotatiecontrole;
* hamstringtraining;
* heupabductor- en externe rotatorkracht;
* onverwachte perturbaties.
Het doel is niet een knie die nooit beweegt.
Het doel is een onderste extremiteit die snel kracht kan absorberen en verdelen.
3. Vermijd een volledig stijve stance
Een kleine functionele flexie in enkel, knie en heup vergroot de mogelijkheid om onverwachte verstoringen op te vangen.
Vooral bij hoge snelheid en chop is een volledig gestrekte, passieve knie mechanisch weinig vergevingsgezind.
4. Leer crashes herkennen
Ervaren windsurfers voorkomen niet iedere catapult.
Ze herkennen vaak wel eerder dat de situatie onherstelbaar wordt.
Dat verschil van enkele honderden milliseconden kan relevant zijn voor het loslaten van spanning, positioneren van het lichaam en mogelijk het vrijkomen van de voeten.
5. Onderzoek het materiaal na bijna-ongevallen
Wanneer een voet bij een crash herhaaldelijk blijft hangen, is dat informatie.
Controleer straphoogte, positie, schoeisel, antislip, voetplaatsing en de manier waarop de voet in de strap wordt geschoven.
Een bijna-ongeval is biomechanisch gezien een gratis experiment dat je liever niet herhaalt.
⸻
Wanneer moet een knie na een catapult worden onderzocht?
Niet iedere pijnlijke knie betekent ernstig letsel.
Maar een aantal verschijnselen verdient aandacht:
een duidelijke pop tijdens de crash;
snelle forse zwelling van de knie;
gevoel van instabiliteit of doorzakken;
onvermogen om normaal te belasten;
verlies van volledige extensie;
een mechanisch blokkerende knie;
duidelijke gewrichtsspleetpijn na een rotatietrauma;
aanhoudende pijn na enkele dagen;
of een knie die na hervatting van windsurfen instabiel blijft.
Na een hoogenergetische catapult met rotatie en een gefixeerde voet moet de drempel voor klinische beoordeling relatief laag zijn.
⸻
Niet de catapult, maar de mislukte ontkoppeling
Daarmee komen we bij misschien wel het belangrijkste inzicht.
De knie raakt tijdens een catapult niet noodzakelijk geblesseerd omdat de surfer naar voren valt.
Het probleem ontstaat wanneer verschillende onderdelen van het systeem niet tegelijkertijd vertragen.
Het board stopt.
Het lichaam gaat door.
Het be**en roteert.
Maar de voet blijft nog even achter.
In die fractie van een seconde verandert de voetband van een prestatie-instrument in een mechanische constraint.
De knie bevindt zich ertussen.
Bij voldoende knieflexie, bewegingsvrijheid en snelle release kan de energie over het hele lichaam worden verdeeld.
Bij een gefixeerde voet, relatief gestrekte knie, grote snelheid en gelijktijdige valgus- en rotatiebelasting kan de situatie veranderen in een mechanisme dat overeenkomsten vertoont met bekende ACL-, MCL- en meniscusletsels.
Dat maakt de windsurfcatapult vanuit sportmedisch perspectief veel interessanter dan simpelweg:
“het board stopt en de surfer vliegt eroverheen.”
Biomechanisch gebeurt er iets subtielers:
het ene deel van de kinetische keten stopt terwijl het andere deel nog vol momentum bezit.
En wanneer de voetband voorkomt dat die keten tijdig wordt onderbroken, kan de knie de plaats worden waar snelheid wordt omgezet in torsie.
⸻
Conclusie
Catapults horen bij windsurfen. Ze volledig elimineren is onmogelijk, zeker binnen wave, freestyle en high-speed slalom.
Maar niet iedere catapult heeft hetzelfde knieletselrisico.
De waarschijnlijk belangrijkste combinatie is:
hoge snelheid → abrupte boarddeceleratie → voet blijft gefixeerd → romp en be**en bewegen door → multiplanaire kniebelasting.
Voor het ACL zijn vooral geringe knieflexie, anterieure tibiale schuif, rotatie en valgus relevant. Voor het MCL speelt valgus gecombineerd met rotatie een belangrijke rol. Voor de meniscus vormt compressie van een gebogen knie gecombineerd met torsie een plausibel letselmechanisme.
De bestaande windsurfliteratuur ondersteunt dat de onderste extremiteit frequent betrokken is bij blessures en dat voetfixatie, torsie, high-speed falls en catapult falls relevante letselmechanismen zijn. (PubMed Central (PMC))
Tegelijkertijd bestaat er een opvallend kennishiaat.
We weten nauwelijks hoeveel kracht werkelijk door knie, enkel en heup gaat tijdens verschillende typen windsurfcatapults. We weten niet welke voetbandconfiguratie de beste balans geeft tussen performance en veilige release. En we weten niet hoe deze belasting verschilt tussen wave, freestyle en slalom.
Dat maakt de catapult niet alleen een blessuremechanisme.
Het is ook een uitstekend onderwerp voor toekomstig windsurfspecifiek biomechanisch onderzoek.
Literatuur
Bahr, R., & Krosshaug, T. (2005). Understanding injury mechanisms: A key component of preventing injuries in sport. British Journal of Sports Medicine, 39(6), 324–329.
Cognetti, D. J., & Bedi, A. (2025). Biomechanics of the meniscus and meniscal injury. Operative Techniques in Orthopaedics, 35(2), 101180. https://doi.org/10.1016/j.oto.2025.101180
Krosshaug, T., Nakamae, A., Boden, B. P., Engebretsen, L., Smith, G., Slauterbeck, J. R., Hewett, T. E., & Bahr, R. (2007). Mechanisms of anterior cruciate ligament injury in basketball: Video analysis of 39 cases. American Journal of Sports Medicine, 35(3), 359–367. https://doi.org/10.1177/0363546506293899
McConkey, J. P. (1986). Anterior cruciate ligament rupture in skiing: A new mechanism of injury. American Journal of Sports Medicine, 14(2), 160–164.
Olsen, O.-E., Myklebust, G., Engebretsen, L., & Bahr, R. (2004). Injury mechanisms for anterior cruciate ligament injuries in team handball: A systematic video analysis. American Journal of Sports Medicine, 32(4), 1002–1012.
Petersen, W., & Laprell, H. (1996). Injuries in windsurfing due to foot fixation. Wilderness & Environmental Medicine. PMID: 8581576.
Schofer, M. D., et al. (2001). Injury patterns and prevention in World Cup windsurfing. Sportverletzung Sportschaden. PMID: 11475622.
Sun, H. B., et al. (2022). Muscle force contributions to anterior cruciate ligament loading: A systematic review. PMID: 35437711.
Wang, H., et al. (2025). Biomechanical risk factors for increased anterior cruciate ligament loading and injury: A systematic review. PMID: 39958696.
Windsurfing injuries: Results of a paper- and Internet-based survey. (2000). Wilderness & Environmental Medicine. PMID: 10628281.
Zebis, M. K., et al. Literature concerning neuromuscular control, hamstring activation and ACL injury prevention.
Recreational windsurfing-related acute injuries: A narrative review. Part 1: Injury epidemiology and a proposal for standardized injury definitions. (2023). Review of epidemiology, injury patterns and mechanisms in recreational windsurfing.