03/06/2026
Het is bijna 3 jaar (11 juni) geleden dat mijn oom is gaan hemelen.
Heel dubbel omdat ik de 13e juni mijn diagnose kreeg. Dat wist ik toen nog niet toen we afscheid namen van mijn oom voor wie ik zorgde.
We belandden in een rollercoaster.
Maar zo ontzettend dankbaar dat ik er nog benš
Loslaten in liefde is vreugde voor de ziel
Zijn ogen half gesloten en een van zijn mondhoeken hing ietwat naar beneden.
Een rustige ademhaling.
Meestal troffen wij hem slapend op zijn rechterzij aan maar deze maal lag hij op zijn rug.
Mijn broer en ik schoven een stoel naar de rand van zijn bed.
Het geschuif maakte hem wakker.
Beide ogen keken eerst door een kiertje en toen opende hij wagendwijd zijn ogen.
Doordringend keek hij eerst mij aan en zag de verbazing in zijn ogen en bleef mij heel lang aankijken.
Toen draaide hij zijn gezicht naar Roy en mijn broer boog zich over hem heen. En bleef mijn oom heel indringend naar hem kijkenā¦
Ik pakte de handen van mijn oom en aaide deze. Zachtjes fluisterden wij hem lieve wensen toe, āāLaat je maar gaan, laat maar los Hans, wees niet bang want je bent niet alleen, ook wij zijn bij jeā
Net toen de avond was gevallen werd ik gebeld door de verpleegkundige van het verzorgingstehuis. Ze vertelde me dat Hans hard achteruit ging en niets meer at en dronk . Ook brabbelde hij wat Indische woorden. Het was misschien wel verstandig om te komen.
Zo af en toe dwaalden zijn ogen naar een plek in de ruimte en bleef er gefascineerd naar staren. Ik keek ook naar die richting en vroeg mij af: wat zie je, of wie zie je.
Dan keek hij weer naar mij en vervolgens naar Roy. Toen keek hij in de richting waar Ronald stond en reikte zijn hand naar hemuit.
Met zijn viertjes waren onze handen met elkaar verstrengeld.
Ik voelde de liefdesenergie stromen.. van ons naar hem maar ook andersom.
Hoe kan je loslaten als je juist wilt vasthouden.
Af en toe brabbelde hij wat tegen mij maar ook tegen Roy.
We konden hem niet goed verstaan maar ik knikte af en toe of ik zei tegen hem dat het allemaal wel goed komt met ons. āAls je wilt gaan Hans, ga maar, ze wachten op je en als je een mooi licht zieā¦ga daar maar naar toe als je er klaar voor bentāā
En weer dwaalden zijn ogen zich af naar een ander punt in de ruimte en bleef er verbaast naar staren.
Ik vroeg hem of hij iets wilde drinken en uit zijn gebrabbel ging ik er maar van uit dat dit zo was. Hij was te zwak om uit een rietje te drinken en ik voerde hem steeds met een beetje water op een lepeltje. En hij dronk en genoot ervan.
Onze handen bleven in elkaar verstrengeld. Op een gegeven moment pakte hij mijn hand en legde deze op zijn buik, daar waar de tumor zou kunnen zitten. Ik voelde warmte stromen en hij ook want aan zijn gezicht kon ik aflezen dat hij dit prettig vond.
Wat mij opviel dat er in de ruimte een fijne, heldere energie was. Heel anders dan de vorige keren dat wij er waren. Er heerste een gevoel van een ongekende pure liefde.
Na een gesprek met de verpleegkundige besloten we in overleg om weer naar huis te gaan. Volgens haar had Hans door ons bezoek een kleine opleving. Spaar jullie krachten want er komt nog een zware tijd aan.
Ik had dit specifieke bezoek aan mijn oom Hans nooit willen missen. Het was een wederzijds geschenk aan elkaarā¦liefde is er altijdā¦ook tussen de geziene wereld en de ongezien wereld.