Maak jezelf beter - Instituut

Maak jezelf beter - Instituut Specialist chronische klachten | Patroonherkenner | Ik onderzoek waarom jouw systeem blijft doen wat het doet. Pijn is er niet meteen. Het ontstaat. Ja: Pijn. Weg.

• Pijnoplosser
• Nederland pijnvrij en gezond
• Natuurgeneeskundig therapeut
• Trauma oplosser
• Stress omvormer

Ontwikkelaar eigen systemen:
> De 6 O's van oorzaak tot symptoom©
> Het flow model© (relatie persoonlijkheid, overlevingsmechanimses en aandoeningen)

Doet u nog maar een paracetamolletje!​
Of dat nu zo verstandig is, daar zijn de meningen over verdeeld. ​​

Patrick van Velzen – pijnop

losser

is hier duidelijk over: ‘je hebt de oorzaak van de pijn weg te nemen, in plaats van de pijn te onderdrukken. Pijn en ziekte is een signaal van het lichaam dat het graag anders zou willen. Op het moment dat mensen maar door blijven gaan, zal de pijn heftiger worden. Het taboe is dat het veel makkelijker en geaccepteerder is om naar medicatie te grijpen, dan dat mensen op een andere manier kunnen aanpakken wat er
echt aan de hand is.’

Het ontstaan van pijn​

Pijn is er niet zomaar. Het komt ergens door. We worden pijnvrij geboren. Om vervolgens te leren wat wel en geen pijn doet. Er zijn mensen die een hele hoge pijngrens hebben en mensen die een lage pijngrens hebben. Kinderen die vallen kijken eerst of mama geschrokken is. Nee: Geen pijn => is er iets beschadigd? Ja: pijn. Nee: geen pijn. Patrick heeft een schema ontwikkeld over het ontstaan van pijn. Dit begint als je een baby bent en bouwt zo op naar een volwassen leeftijd. Waarbij het afkijken bij je ouders, het onderdrukken van emoties, het ontwikkelen van overlevingsmechanismen en het hebben van belemmerende overtuigingen een grote rol spelen. Je lichaam als spiegel​
Je lichaam vertelt je precies wat er aan de hand is. Het zegt je wanneer je teveel gedaan hebt, te hard gelopen, de verkeerde mensen ziet en nog veel meer. Het zal fluisteren. Het zal je even op je schouders tikken, een duwtje geven om je vervolgens met een honkbalknuppel neer te slaan. Alles om gehoord te worden. Hoe goed ken jij de signalen van jouw lichaam? Wanneer begin jij met luisteren? Dan heb je nog je overlevingsmechanismen, de meeste mensen kennen er drie: vechten, vluchten en bevriezen. Er is nog een vierde: Please-gedrag. Je overlevingsmechanismen blijven werken op het niveau van een drie-jarige want toen werkte het. Uit elk overlevingsmechanisme ontstaat een ander soort ziektebeeld en plaatsen waar en hoe pijn ervaren wordt. Pijn verdwijnt...en wat dan? Pijn is vervelend. Zeker als het chronisch is. Je wilt graag dingen doen, mensen ontmoeten, uitgaan, LEVEN! Wie zou dat niet willen. Stel je nu eens voor. Dat het mogelijk is? De pijn die je ervaart. In een dag. Hoe zou dan je leven eruit zien? Wat zou je willen? Bij wie wil je zijn? Waar wil je dan naartoe? Het vreemde is dat de meeste mensen hier wel van dromen, maar dit niet daadwerkelijk willen. Dat noem je ziektewinst. Want…wat nu als? Je leven verandert, van het ene op het andere moment. En wat dan? Dan heb je ineens zelf je keuzes te maken. Zelf nee te zeggen, zónder het excuus dat je ergens zoveel pijn hebt. Je bent ineens zelf verantwoordelijk, in plaats van dat je pijn een reden is om iets niet, of juist wel te doen. En je partner…je vrienden…vinden die je leuk genoeg? Ook als je geen pijn meer hebt? Ben je nieuwsgierig geworden? Wil je graag geloven dat jouw pijn binnen een dag weg is?

Je bent niet alleen moe van je klachten. Je bent ook moe van het gevecht ermee.Van de pijn die er alweer is, de angst di...
27/08/2026

Je bent niet alleen moe van je klachten. Je bent ook moe van het gevecht ermee.

Van de pijn die er alweer is, de angst die terugkomt, de frustratie omdat je lichaam opnieuw niet doet wat jij wilt. Het verdriet om wat je niet meer kunt. Misschien zelfs de boosheid op jezelf omdat je er na al die jaren nog steeds zo door geraakt wordt.

Dat tweede stuk vind ik minstens zo interessant als het eerste. Er kan angst zijn, maar er kan óók angst ontstaan voor die angst. Je kunt frustratie voelen en vervolgens gefrustreerd raken omdat je die frustratie nog steeds voelt.

Je kunt boosheid voelen en boos worden omdat je überhaupt boosheid voelt. Je kunt verdriet hebben en tegelijkertijd vinden dat je daar nu eindelijk eens overheen zou moeten zijn.

Dan is er niet alleen een emotie. Er is ook iets in jou dat vindt dat die emotie er niet zou mogen zijn. En daar kijk ik anders naar.

Een klein kind beschikt nog niet over de woorden om uit te leggen wat er vanbinnen gebeurt. Het kan niet zeggen: “Ik voel dat ik de verbinding met je verlies en dat maakt me bang.” Het voelt angst. Het kan niet zeggen: “Hier wordt iets geraakt wat voor mij belangrijk is.” Het voelt boosheid.

Emotie is een van de eerste talen die we spreken.
Als je als kind ontdekt dat boosheid de verbinding in gevaar brengt, verdriet niet welkom is, angst wordt weggewuifd of frustratie gedoe oplevert, leer je niet alleen om een gevoel te verbergen. Je leert dat een compleet deel van je eigen taal niet veilig gesproken kan worden.

Stel dat ik je vraag om precies te vertellen wat er met je aan de hand is, maar je mag vanaf nu geen werkwoorden meer gebruiken. Geen zelfstandige naamwoorden. Geen bijvoeglijke naamwoorden. Probeer jezelf dan nog maar eens verstaanbaar te maken.

Je zult andere manieren moeten vinden. Ik zie mensen kronkelen en zich aanpassen om tóch duidelijk te maken wat ze nodig hebben zonder de verbinding in gevaar te brengen. Ik zie mensen blokkeren omdat ze niet meer uit hun woorden komen, vechten om eindelijk gehoord en begrepen te worden of uiteindelijk afhaken en weggaan omdat het toch niet lukt om uit te leggen wat er werkelijk in hen gebeurt.

Niet omdat er niets te vertellen is, maar omdat een deel van de taal waarin het verteld kon worden ooit onveilig is geworden.
Jaren later kun je nog steeds leven naar diezelfde regels. Alsof je lange tijd in een land hebt gewoond waar bepaalde dingen niet gezegd mochten worden. Inmiddels ben je terug in Nederland. Niemand verbiedt je nog om ze te zeggen, maar zodra zo'n onderwerp ter sprake komt, begin je automatisch weer te fluisteren. De regels gelden niet meer, je systeem leeft er alleen nog naar.

Dan wordt ook die emotie over de emotie ineens interessant. De angst voor de angst, de boosheid over de boosheid, de frustratie over de frustratie. Alsof je eigen rookmelder afgaat en je vervolgens schrikt van het geluid van het alarm. Je wilt dat het stopt en probeert het uit te zetten, te onderdrukken, weg te redeneren of ergens anders neer te leggen.

Alleen was het alarm misschien nooit het probleem. Het probeerde iets te vertellen.

Daarom interesseert mij niet alleen welke emotie iemand voelt. Ik wil weten waarom het ooit onveilig werd om juist dát deel van de eigen taal te spreken. Want er is een enorm verschil tussen “Er is boosheid, dus dit moet weg” en “Er is boosheid. Wat vertelt dit?”
Die tweede zin bevat geen automatische dus. Eerst is er wat er is. Je mag het waarnemen, erbij zijn en onderzoeken wat het vertelt, wat er nodig is en wat er aandacht vraagt.

We hebben emoties verdeeld in soorten die we graag willen voelen en soorten waar we zo snel mogelijk vanaf willen. Alleen: hoe zou het zijn als rouw óók liefde is? Als verdriet liefde kan zijn? Je kunt intens verdriet voelen juist omdat iemand of iets je intens dierbaar is. Je kunt teleurgesteld zijn omdat je verlangde, gefrustreerd omdat iets belangrijk voor je is en boosheid voelen omdat iets wat je lief is geraakt wordt.

Haal het oordeel goed of fout eraf en emotie wordt iets anders: taal, informatie, een manier waarop iets in jou laat weten dit doet ertoe. Geluk kan dus óók in verdriet zitten.

Als verdriet niet meer gesproken mag worden, kun je niet vanzelfsprekend verwachten dat alleen verdriet verdwijnt en de rest van je emotionele taal volledig beschikbaar blijft. Je kunt niet de helft van een taal verbieden en haar daarna nog volledig spreken. Haal je hele woordsoorten uit een taal, dan heeft dat gevolgen voor alles wat je ermee probeert te vertellen.

En precies daar wordt dit voor mij interessant bij langdurige klachten.

Ik kijk niet alleen naar de klacht. Ik wil begrijpen waarom een systeem nog doet wat het doet, welke informatie het gebruikt, welke conclusie daartussen zit en waarom beschermen hier nog steeds logisch is. Als jouw systeem ooit heeft geleerd dat een deel van zijn eigen taal gevaarlijk is, kan het zich daar jarenlang omheen organiseren, ook wanneer de omstandigheden waarin dat nodig was allang voorbij zijn.

Een chronische klacht staat niet los van de manier waarop een systeem zich organiseert. Verandert die organisatie, dan heeft dat gevolgen voor de klacht. Welke gevolgen dat bij jou heeft, kan ik vooraf niet invullen. Daarvoor moet ik jou leren kennen.

Dat is precies mijn werk. Jij brengt de informatie. Ik verbind de punten. Ik zoek naar de logica waarmee jouw systeem zich vandaag nog organiseert, naar conclusies die ooit logisch waren en nog steeds als waarheid worden gebruikt, naar waarom jouw systeem nog remt, waarschuwt, vasthoudt of beschermt. Niet om je lichaam beter te leren volhouden wat het al doet, maar om te begrijpen waarom het dit nog doet.

Want als de informatie verandert waarmee een systeem rekent, verandert de som en daarmee verandert de uitkomst.
Van chronisch beschermen naar chronisch vertrouwen betekent voor mij daarom ook dat je niet langer tegen delen van jezelf beschermd hoeft te worden.

Je volledige taal mag weer bestaan: verdriet en vreugde, rouw en liefde, angst en vertrouwen, frustratie en verlangen. Niet als tegenpolen die elkaar uitsluiten, maar als verschillende woorden in dezelfde taal.

De taal van een volledig leven. Van overleven naar levenslust.

Paniekaanvallen. Hoeveel van je leven ligt inmiddels aangemeerd?Je kent je veilige plekken. Je weet waar je liever wel n...
26/08/2026

Paniekaanvallen.
Hoeveel van je leven ligt inmiddels aangemeerd?

Je kent je veilige plekken. Je weet waar je liever wel naartoe gaat en waar niet. Je rijdt het liefst zelf, zodat je weg kunt wanneer dat nodig is. Je wilt weten waar de uitgang is, wie erbij zijn, hoe laat je naar huis kunt. Voor vertrek voel je misschien zelfs even hoe het vandaag met je gaat. Gaat dit lukken?

Niet omdat je geen leven wilt. Juist omdat je probeert te voorkomen dat je lichaam er ineens met je vandoor gaat.
Dat is misschien nog wel het akeligste aan een paniekaanval.

Niet alleen de hartslag, je ademhaling, het duizelige gevoel of die overweldigende angst. Het is het gevoel dat je de grip kwijtraakt. Er gebeurt iets waar jij geen controle over hebt en waarvan je op dat moment niet meer vertrouwt dat jij het kunt stoppen.

Daar gaan bij mij de ‘radaren’ van draaien. Wat mij opvalt bij mensen met paniekaanvallen, is hoeveel van hun veiligheid buiten henzelf is komen te liggen. Thuis is veilig. Mijn partner is veilig. Zelf rijden is veilig. Weten waar de uitgang is, is veilig. Mijn medicatie bij me hebben is veilig. Zolang dát er is, lukt het.

Veiligheid heeft als het ware een adres gekregen.

Dat is heel logisch als je ooit hebt ervaren dat gevaar ook machteloosheid betekende. Dat je niet weg kon, geen invloed had, afhankelijk was of niet wist wat je moest doen. Controle kan dan een prachtige oplossing worden: als ik vooruitkijk, voorbereid ben en alles in de gaten houd, word ik niet opnieuw overvallen.
Totdat zelfs die controle niet meer genoeg voelt.

Je voelt iets in je lichaam en probeert er grip op te krijgen. Dat lukt niet onmiddellijk, dus ga je harder controleren. Ook dat lukt niet. De machteloosheid neemt toe, daar komt angst bovenop en vervolgens word je bang voor die angst.

Je probeert controle te krijgen over je machteloosheid. Je raakt in paniek wanneer zelfs dát niet lukt.

Op een gegeven moment hoeft er niet eens een aanval te zijn om je leven te beïnvloeden. Je houdt er vooraf al rekening mee. Je vermijdt, bereidt voor, controleert, regelt een uitweg. Je wereld wordt steeds iets kleiner terwijl je steeds harder probeert hem veilig te houden.

Dan gaat het voor mij niet meer alleen over paniekaanvallen. Dan gaat het over hoeveel van je leven inmiddels georganiseerd is rondom overleven.

Precies daar wil ik iets anders onderzoeken.
Niet hoe je nóg beter controle kunt houden. Ook niet hoe je jezelf kunt leren de controle los te laten. Beide vertrekken namelijk vanuit dezelfde aanname: er is nog steeds gevaar en daar moet jij iets mee.

Wat als die oude machteloosheid er niet meer is?
Je bent niet meer degene die je ooit was. Je hebt keuzes. Je kunt weggaan, blijven, spreken, handelen, hulp vragen, van gedachten veranderen. Je hebt waarschijnlijk al voor vuren gestaan waarvan je ooit dacht dat je ze niet aankon.

En toch ben je hier.

Daarom moet ik steeds aan een schip denken.
Een schip ligt het veiligst in de haven. Je kunt het stevig vastleggen, het weerbericht controleren en hopen dat iedere storm voorbijtrekt. Alleen is een schip niet gebouwd om angstvallig aan de kade te blijven liggen.

Het is gebouwd om te varen.
Varen betekent niet dat je eerst moet bewijzen dat de zee veilig is. Er zullen golven zijn. De wind kan draaien. Soms zie je de kust niet eens meer.

Het verschil is dat je niet meer hoeft te vertrouwen op de kust.
Je vertrouwt erop dat jij kunt varen.
Onzekerheid hoeft dan geen reden meer te zijn om onmiddellijk

terug te keren naar de haven. Er ontstaat ruimte om te onderzoeken, ergens naartoe te gaan, iets niet te weten, een andere afslag te nemen. Niet omdat er nooit meer iets kan gebeuren, maar omdat jouw veiligheid niet meer afhankelijk hoeft te zijn van de garantie dát er niets gebeurt.

Daar zit voor mij het verschil tussen leren omgaan met paniek en werkelijk iets veranderen.

Ik wil je niet leren hoe je nóg beter door een paniekaanval heen komt. Ik wil je ook niet leren de controle los te laten terwijl jouw systeem nog steeds overtuigd is dat die controle je veilig houdt.
Ik wil samen met jou vinden waarom jouw systeem die controle nog nodig heeft.

Waarom voelt machteloosheid nog als gevaar? Waar heeft veiligheid een adres gekregen? Welke ‘dus’ is daar ooit ontstaan die voor jou inmiddels zo vanzelfsprekend is dat je hem zelf niet meer ziet?

Dat hoef je niet alleen uit te puzzelen. Juist de dingen die voor jou volkomen normaal zijn geworden, zijn vaak het moeilijkst om zelf te zien.

Jij brengt de informatie. Ik verbind de punten.
Totdat zichtbaar wordt waarom jouw systeem nog steeds probeert te overleven in omstandigheden die allang veranderd zijn. Daar ligt voor mij de knop. Niet eindeloos trainen op minder angst, meer controle of beter loslaten. De oude reden waarom je systeem dat
allemaal nodig heeft, hoeft niet te blijven bestaan.

Stel je eens voor hoeveel ruimte er ontstaat wanneer je die energie niet meer nodig hebt om te overleven. Niet voortdurend kan ik dit aan, waar is de uitgang, wat als het gebeurt? Je kunt weer ergens heen omdat je ernaartoe wílt. Iets proberen omdat je benieuwd bent. Niet weten wat er gebeurt en toch gaan. Je leven niet langer organiseren rondom wat je wilt voorkomen, maar rondom wat je wilt beleven.

Dat is de beweging die ik zoek.
Van overleven naar levenslust.

Niet omdat de zee eindelijk veilig is.
Omdat jij ontdekt dat je kunt varen.

Chronische klachten. Van chronisch beschermen naar chronisch vertrouwen.Je bent al jaren bezig met je gezondheid. Je heb...
25/08/2026

Chronische klachten. Van chronisch beschermen naar chronisch vertrouwen.

Je bent al jaren bezig met je gezondheid. Je hebt behandelingen geprobeerd, adviezen opgevolgd, dingen gelaten, dingen toegevoegd. Je weet inmiddels waarschijnlijk meer over je klacht dan je ooit had willen weten.

En ondertussen ben je óók aan jezelf gaan werken. Meer rust. Beter je grenzen aangeven. Minder stress. Meer loslaten. Anders eten. Meer bewegen. Beter luisteren naar je lichaam. Sommige dingen helpen. Soms zelfs behoorlijk. Maar je bent nog steeds degene die ermee bezig moet zijn.

Je moet opletten dat je niet over je grens gaat, op tijd rust nemen, jezelf terugfluiten als je weer gaat piekeren. Je moet proberen niet alles te controleren en eraan denken dat je niet altijd voor iedereen verantwoordelijk bent. En ergens is dat toch gek. Want wat als het probleem niet is dat jij nog niet goed genoeg hebt geleerd om met je patronen om te gaan? Wat als jouw systeem nog steeds een reden heeft om ze te gebruiken?

Dáár gaat het bij mij aan.

Want als jouw systeem ooit heeft geleerd: iemand is teleurgesteld → dus ik moet het goedmaken. Ik weet niet wat er gaat gebeuren → dus ik moet vooruitdenken. Iemand van wie ik hou heeft een probleem → dus ik moet het oplossen. Er ontstaat spanning → dus ik moet me aanpassen, dan kun je heel hard werken aan alles wat ná die ‘dus’ gebeurt.

Maar zolang die eerste ‘dus’ logisch blijft, moet jij jezelf steeds opnieuw corrigeren.

En ik wil bij die ‘dus’ komen.

Stel je een jonge boom voor die tussen twee hoge muren groeit. Het licht komt maar van één kant, dus die boom groeit naar het licht. Hij buigt, sommige takken worden langer, andere blijven klein. Niet omdat die boom verkeerd groeit. Hij groeit precies zoals onder die omstandigheden logisch is.

Maar jaren later worden de muren weggehaald. Er is ineens overal licht. En toch groeit die boom nog steeds alsof het licht maar van één kant kan komen.

Dan kun je natuurlijk iedere tak afzonderlijk proberen bij te sturen. Maar bij mij beginnen dan de ‘radaren’ te draaien: waarom groeit die boom nog steeds alsof die muur er staat?

Dat is wat ik onderzoek bij mensen met chronische klachten. Waarom doet jouw systeem wat het doet? Welke informatie gebruikt het? Welke verbanden heeft het ooit gelegd? Welke conclusies zijn zó vanzelfsprekend geworden dat jij ze zelf niet eens meer ziet?

Want als we dát vinden, ontstaat er iets heel anders. De informatie hoeft namelijk niet eens te veranderen. Je partner is stil, alleen niet meer: dus ik heb iets verkeerd gedaan. Je kind maakt een keuze waar jij anders over denkt, alleen niet meer: dus ik moet ingrijpen. Je weet niet hoe iets afloopt, alleen niet meer: dus ik moet alle scenario's alvast doorlopen.

De informatie blijft. De ‘dus’ verandert.

En dan verandert er stroomafwaarts ineens ontzettend veel mee. Je hoeft niet beter te worden in loslaten als je niets meer hoeft vast te houden. Je hoeft niet beter je grenzen te bewaken als een grens de verbinding niet meer bedreigt. Je hoeft niet minder zorgzaam te worden als liefde niet langer betekent dat jij moet dragen.

Precies daar moest ik ineens aan dat woord chronisch denken. We gebruiken het bijna altijd voor wat niet meer weggaat: chronische pijn, chronische vermoeidheid, chronische ziekte.
Maar ik zie bij de mensen met wie ik werk nog iets anders ontstaan wanneer die oude ‘dus’ verandert.

Vertrouwen.

Niet als iets wat je jezelf iedere ochtend moet vertellen. Niet als een oefening of nóg iets waar je goed in moet worden. Maar als uitgangspositie. Je weet iets niet — en dat is oké. Iemand is teleurgesteld — en jij blijft heel. Je kind valt — en jij hoeft niet mee te vallen. Je lichaam geeft een signaal — en je hoeft niet onmiddellijk in alarm.

Je bent nog steeds jij. Alleen hoef je je leven niet meer voortdurend vanuit onveiligheid te organiseren.

En misschien mogen we het woord chronisch dan eindelijk eens gebruiken voor iets wat je wél wilt houden:

chronisch vertrouwen.

Daarvoor bestaat geen standaardrecept. Migraine vertelt mij iets anders dan artrose en jouw geschiedenis vertelt mij weer iets wat ik uit geen enkel rijtje kan halen. Om te begrijpen waarom jouw systeem doet wat het doet, moet ik jou leren kennen.
Jij brengt de informatie. Ik verbind de punten.

Totdat zichtbaar wordt waarom jouw boom nog steeds groeit zoals hij groeit. Niet om jou vervolgens jarenlang te leren hoe je iedere tak de goede kant op krijgt, maar zodat die boom eindelijk kan ontdekken hoeveel licht er inmiddels is.

Migraine. Misschien ben je helemaal niet zo goed in zorgen voor anderen als je denkt.Au.Want waarschijnlijk ben jij juis...
24/08/2026

Migraine. Misschien ben je helemaal niet zo goed in zorgen voor anderen als je denkt.

Au.

Want waarschijnlijk ben jij juist degene die áltijd zorgt. Je ziet dat je kind moe is voordat hij het zelf doorheeft. Je voelt wanneer er iets speelt. Je denkt drie stappen vooruit. Je waarschuwt, regelt, helpt en vangt op. Niet omdat je bemoeizuchtig bent, maar omdat je van hem houdt.

Stel je voor dat je kind over een smalle balk loopt. Je loopt ernaast en ziet hem wiebelen. Pas op. Rustig. Kijk uit waar je je voeten zet. Niet zo snel. Straks val je. Je hand is al onderweg voordat hij erom gevraagd heeft.

Dat is liefde. Maar het is liefde met een opdracht: ik moet zorgen dat het goed gaat.

En precies dat valt mij op bij mensen met migraine. Niet alleen tijdens een aanval, wanneer licht ineens te fel is, geluid binnenkomt, je hoofd bonkt en je het liefst alles uitzet. Ik kijk juist naar wat er gebeurt als er géén migraine is.

Hoeveel mensen draag jij in je hoofd? Van hoeveel mensen weet jij precies wat er speelt? Hoe snel voel jij je verantwoordelijk als iemand van wie je houdt een probleem heeft? En wat gebeurt er als je kind een keuze maakt waarvan jij denkt: dit gaat niet goed? Kun je ernaast blijven staan? Of gaat je hoofd onmiddellijk aan: vooruitdenken, oplossen, voorkomen, regelen?

Wat mij opvalt bij mensen met migraine, is dat ik twee bewegingen opvallend vaak samen tegenkom: zorgen en controleren. Zorgcontrole.

Je probeert niet alleen voor de ander te zorgen. Je probeert óók grip te houden op wat er gebeurt, zodat je op tijd kunt ingrijpen als dat nodig is. En dan gaan bij mij de ‘radaren’ draaien.

Want juist degene die voortdurend klaarstaat om voor anderen te zorgen, wordt tijdens een migraineaanval soms letterlijk stilgezet. Gordijnen dicht, geluid uit, niemand aan me, even helemaal niets. Ineens kun jij niet meer voor iedereen zorgen. Er moet rekening gehouden worden met jou.

Die omkering vind ik fascinerend. Niet omdat jij iets verkeerd doet. Integendeel. Als ik naar die zorgcontrole kijk, zie ik juist hoeveel liefde erin zit. Maar ik zie ook iets anders.

Ga nog eens terug naar dat kind op die balk. Hij wiebelt. Jij ziet het. Alleen dit keer schiet je niet naar voren. Je hand is gewoon daar, vlakbij. Als je me nodig hebt, ben ik er.

Je hoeft niet te voorkomen dat hij valt. Je hoeft niet drie stappen vooruit te denken of hem te vertellen waar hij zijn voeten moet zetten. Je kijkt en ergens voel je: ik vertrouw je. Ga maar. Ontdek maar. Jij kunt dit. En valt hij? Dan ben je er ook.

Voel eens wat er dan gebeurt met die liefde. Je bent niet minder zorgzaam, niet minder betrokken en je laat je kind niet aan zijn lot over. De zorg blijft. Het dragen verdwijnt.

En precies daar beginnen voor mij de puzzelstukjes op hun plaats te vallen. Want je hoeft niet beter te leren loslaten. Je hoeft niet nóg beter je grenzen te bewaken. Je hoeft jezelf niet jarenlang te trainen om minder te controleren.

Ik wil iets anders weten: waarom vond jouw systeem het ooit nodig om zoveel te dragen?

Waarom werd zorgen iets wat je moest dóén om te voorkomen dat het misging? Waarom werd de ander helpen ook de ander in de gaten houden? En waarom werd dat voor jou zo vanzelfsprekend dat je het nauwelijks nog als iets bijzonders ziet?

Dáár wordt het persoonlijk. Want migraine vertelt mij al veel. Maar om te begrijpen wat jouw migraine vertelt, moet ik jou leren kennen. Jouw geschiedenis, jouw woorden, jouw vanzelfsprekendheden. De dingen die jij allang niet meer opmerkt omdat je ze duizenden keren hebt gedacht, gevoeld of gedaan.
Jij brengt die informatie. Ik verbind de punten. En als zichtbaar wordt waarom jouw systeem doet wat het doet, ontstaat er een totaal andere mogelijkheid.

Niet minder zorgen. Niet harder je best doen. Niet een betere versie van jezelf worden. Dezelfde jij, vanuit een andere uitgangspositie.

Niet meer: ik hou van je, dus ik moet zorgen dat het goed gaat.
Maar: ik hou van je. Ik vertrouw je. En als je me nodig hebt, ben ik er.

Die versie van jou hoeft niet eerst jarenlang gebouwd te worden. Die is er al.

Artrose. “Ik moet ’s morgens altijd even op gang komen.”Voor veel mensen met artrose is opstaan niet bepaald het fijnste...
21/08/2026

Artrose. “Ik moet ’s morgens altijd even op gang komen.”

Voor veel mensen met artrose is opstaan niet bepaald het fijnste moment van de dag. Je wordt wakker, komt warm uit bed en nog voordat je goed en wel begonnen bent, zijn je gewrichten er al. Pijnlijke vingers, knieën, heupen, voeten — bij iedereen zit het ergens anders. Maar dat gevoel kan hetzelfde zijn:
O ja. Daar gaan we weer.

Gek genoeg hoeft dat niet eens het moment te zijn waarop je het stijfst bent. Je komt langzaam op gang, de eerste pijn zakt wat naar de achtergrond en mentaal wordt de dag vaak ook lichter. Later kan die stijfheid juist weer meer van zich laten horen.

Maar dat eerste stuk... “Ik moet gewoon altijd even op gang komen.”

Het is zo’n zinnetje waar je nauwelijks nog bij stilstaat. Je hebt artrose. Natuurlijk moet je even op gang komen.
Maar bij zo’n zinnetje blijf ik hangen.

Stel dat iemand me daarna vertelt dat hij bij veranderingen óók eerst tijd nodig heeft. Nieuwe dingen liever even aankijkt. Lang kan blijven zitten in een situatie die eigenlijk niet meer klopt. Of pas in beweging komt wanneer hij precies weet waar hij aan toe is.
Dan spits ik mijn oren.

Want zodra ik dezelfde beweging op totaal verschillende plekken tegenkom, beginnen bij mij de ‘radaren’ te draaien.
Niet omdat “moeilijk op gang komen” daarmee ineens de verklaring voor artrose is. Maar herhaling is informatie. En wanneer verschillende stukjes informatie dezelfde kant op wijzen, wil ik weten wat ze met elkaar te maken hebben.
Daar begint voor mij patroonherkenning.

Niet alleen kijken naar het gewricht dat pijn doet, maar uitzoomen. Wanneer begon dit? Wat gebeurde er in die periode? Waar kom je gemakkelijk in beweging? Waar niet? Wat houd je vast? Wanneer verander je wél? Welke woorden gebruik je steeds opnieuw zonder ze zelf nog te horen?

Los van elkaar zijn het stukjes informatie. Leg ze naast elkaar en de eerste muntjes beginnen te vallen.

Om te begrijpen wat jouw artrose vertelt, moet ik jou leren kennen. Juist de dingen die voor jou zó vanzelfsprekend zijn geworden dat je ze niet meer opmerkt, kunnen voor mij belangrijke informatie zijn.

Jij brengt jouw verhaal. Ik verbind de punten.
Zo maken we samen zichtbaar waarom jouw systeem doet wat het doet — en waarom dat logisch is of ooit logisch was.
Wat we daar vervolgens mee kunnen?

Dat is waar mijn echte werk begint.
Heb jij artrose, dan ben ik vandaag dus niet eens zo benieuwd naar waar het pijn doet. Ik ben veel nieuwsgieriger naar iets anders:

Welk zinnetje zeg jij zó vaak over jezelf of je klacht dat je het zelf allang niet meer hoort?

Als je al jaren chronische klachten hebt, is er waarschijnlijk vaak gekeken naar wát er niet werkt. Maar wie heeft ooit ...
20/08/2026

Als je al jaren chronische klachten hebt, is er waarschijnlijk vaak gekeken naar wát er niet werkt. Maar wie heeft ooit gevraagd waaróm?

Als je al jaren klachten hebt, is er waarschijnlijk ontzettend veel naar je gekeken. Onderzoeken, scans, bloedwaarden, diagnoses, behandelingen. Steeds komt de aandacht uiteindelijk ongeveer op dezelfde plek terecht: hier gebeurt iets wat we niet willen.

Logisch ook. Stel je eens voor dat we samen voor een enorme machine staan. Tientallen tandwielen, kettingen, assen, motoren en sensoren. Er wordt van alles aangedreven, afgeremd, doorgegeven en bijgestuurd. Ergens in die machine zit één tandwiel dat piept, stroef loopt of niet meer draait.

Natuurlijk trekt dat onze aandacht.
Maar kijk eens met me mee. Want voordat we dat tandwiel gaan repareren, kunnen we ook een andere vraag stellen:
Wat is deze machine eigenlijk aan het doen?

Misschien is er helemaal niets mis met dat tandwiel. Misschien staat het stil omdat verderop iets anders gebeurt. Misschien draait een ander onderdeel juist razendsnel. Misschien krijgt een sensor bepaalde informatie waardoor de machine zich precies zó organiseert. Het kan zelfs zijn dat de hele machine keurig doet waarvoor hij ooit gebouwd is.

Dan wordt dat ene tandwiel ineens veel interessanter. Niet alleen omdat je er last van hebt, maar omdat het informatie geeft over de organisatie eromheen.

Precies zo kijk ik naar chronische klachten. Natuurlijk wil ik weten wat er aan de hand is, welke diagnose er ligt en wat er allemaal geprobeerd is. Maar daar begint mijn nieuwsgierigheid eigenlijk pas.

Wanneer begon het? Wat gebeurde er in de periode daarvoor? Wanneer werd het erger of juist minder? Wat veranderde er in je leven? Hoe reageerde je daarop? En waar zien we misschien iets terug wat je jaren daarvoor óók al deed?

Daarom luister ik ook naar woorden, gebeurtenissen, tegenstrijdigheden en ogenschijnlijke bijzaken waar iemand zelf allang niet meer bij stilstaat.

“Het begon eigenlijk na mijn scheiding.”
“Mijn moeder deed dat vroeger ook.”
“Ach, ik red me wel.”
“Gek genoeg had ik er op vakantie nauwelijks last van.”

Los van elkaar hoeven die dingen helemaal niets te betekenen. Het zijn losse tandwieltjes. Puzzelstukjes waarvan we nog niet weten hoe ze in elkaar grijpen. Maar leg genoeg informatie naast elkaar en er wordt een organisatie zichtbaar.

Een gebeurtenis sluit aan op een reactie. Die reactie herkennen we ineens van jaren eerder. Een terloops zinnetje past opvallend goed bij iets wat op een totaal andere plek in je leven gebeurt. En ondertussen ligt daar ook die lichamelijke klacht.

Dat is voor mij connecting the dots.

Niet alleen binnen je klacht, maar tussen je klacht, je functioneren, je levensverhaal en de manier waarop jouw systeem zich door de jaren heen heeft georganiseerd.

Je klacht hoeft dan niet de plek te zijn waar het spoor begon. Het is de plek waar het spoor nu zichtbaar is. En precies daar kunnen we beginnen terugkijken, totdat we niet meer alleen dat ene tandwiel zien, maar de machine waarvan het onderdeel is.

Dan wordt het pas echt interessant.

Wat probeert deze machine eigenlijk te bereiken?
Stel dat hij tien boutjes per uur maakt. Prima, dan weten we wat hij doet. Maar vervolgens zien we dat voor ieder boutje twaalf tandwielen moeten draaien, drie kettingen worden aangespannen, twee motoren aanslaan en de hele machine bij wijze van spreken eerst drie salto's maakt.

Kijk eens naar zo'n machine. Misschien was dat ooit precies nodig. Misschien had iedere omweg een functie en was dit destijds de veiligste manier om dat boutje te produceren.
Maar is dat nog steeds zo?

Misschien kan dezelfde machine inmiddels honderd boutjes maken met een veel eenvoudigere beweging, minder spanning en een fractie van de energie. Dan hoeven we de functie niet kwijt. We kunnen onderzoeken of al die omwegen nog nodig zijn.

Maar stel je nou eens iets anders voor.

We ontdekken dat die machine nog iedere dag keurig boutjes maakt voor een auto die al twintig jaar niet meer wordt geproduceerd.

Dan kunnen we natuurlijk het piepende tandwiel blijven smeren, de motor harder laten draaien en onderdelen vervangen.
Maar waarom zouden we?

Als die boutjes niet meer nodig zijn, hoeft de machine ze ook niet meer te maken.

En wat als dat bij een lichamelijke organisatie óók een mogelijkheid is? Wat als iets ooit nodig was, maar de oorspronkelijke situatie inmiddels voorbij is?

Dan wordt voor mij de interessante vraag niet hoe we het systeem kunnen dwingen iets anders te doen, maar wat er gebeurt wanneer het systeem ontdekt dat die oude opdracht niet meer nodig is.
Want als iets niet meer nodig is, hoeft het systeem het ook niet meer te doen.

Dat is precies wat ik samen met iemand wil onderzoeken. Niet alleen: waar heb je last van? Maar: wat doet jouw systeem? Waarvoor doet het dat? Waarom is het zich ooit zo gaan organiseren? En is die organisatie vandaag nog nodig?

Blijkt de functie nog nodig, dan kijken we samen of dezelfde bedoeling misschien veel eenvoudiger bereikt kan worden. Blijkt de oorspronkelijke opdracht voorbij, dan ontstaat er een andere mogelijkheid: misschien hoeft een deel van die oude organisatie helemaal niet meer in stand gehouden te worden.

En dát is waarom ik zo anders naar een chronische klacht ben gaan kijken. Niet alleen als iets waar iemand vanaf wil, maar ook als informatie. Een zichtbaar stukje van een veel groter systeem dat we samen kunnen onderzoeken.

Dus kijk nog één keer naar die machine.
Wat staat die van jou eigenlijk te doen? Waarvoor? En welke tandwielen draaien misschien nog mee omdat ze ooit nodig waren?
Hoe we uitzoeken of dat bij jouw klacht zo is en wat daarvoor nodig is? Daar vertel ik je graag meer over.

Maar eigenlijk vind ik het veel interessanter om bij jouw verhaal te beginnen.

Als jij al jaren met een chronische klacht rondloopt: vertel me eens welk tandwiel bij jou steeds om aandacht vraagt. Dan ben ik benieuwd welke vraag er bij mij opkomt

CLL. Wat als je lichaam nog steeds de vrede bewaakt van een oorlog die allang voorbij is?Ik moet de laatste tijd regelma...
17/08/2026

CLL. Wat als je lichaam nog steeds de vrede bewaakt van een oorlog die allang voorbij is?

Ik moet de laatste tijd regelmatig denken aan een bepaald soort mens. Van die mensen bij wie je je eigenlijk meteen prettig voelt. Vriendelijk, oprecht geïnteresseerd, niet snel veroordelend. Geen behoefte om overal ruzie over te maken of iemand eens flink de waarheid te vertellen. Niet omdat ze niks vinden of niet voor zichzelf kunnen opkomen. Integendeel. Het zijn vaak rustige, sterke mensen. Alleen lijken ze iets heel goed te kunnen: de vrede bewaren.

En laatst vroeg ik me ineens af: waar leer je zoiets eigenlijk? Stel je eens voor dat er vroeger thuis twee mensen, twee belangen of twee werelden waren waartussen regelmatig spanning bestond. Dat hoeft niet eens voortdurend ruzie te zijn geweest. Misschien had één ouder het moeilijk. Misschien moest met iemand veel rekening worden gehouden. Misschien waren er gewoon twee krachten waartussen jij als kind je plek moest zien te vinden.

En misschien ontdekte jij iets wat verrassend goed werkte. Als ik rustig blijf, blijft het rustig. Je koos niet echt partij. Je begreep allebei de kanten, gooide geen olie op het vuur en werd degene die redelijk bleef, rekening hield, verzachtte. Je werd als het ware het interbellum.

Dat woord bleef bij me hangen. Een interbellum is letterlijk de vrede tussen twee oorlogen. Het bestaat doordat er twee partijen zijn waartussen iets moet worden bewaard. Maar stel je eens voor dat je daar als kind zó goed in wordt, dat je op een gegeven moment niet alleen de vrede bewaakt. Je wordt de vrede.

Dan hoeft later niemand meer tegen je te zeggen dat jij jezelf opzij moet zetten. Het voelt niet eens als jezelf opofferen. Het voelt als verstandig zijn. Verantwoordelijk zijn. Rekening houden met anderen. Beschermen wat belangrijk voor je is.

En toen moest ik denken aan een man met CLL die ik heb gekend. Zijn kleinkinderen waren zijn lust en zijn leven. Als hij over ze vertelde, gebeurde er iets met hem. Daar zat plezier, beweging, betekenis. Leven. En toen kwam corona.

Aan de ene kant waren daar zijn kleinkinderen, waar hij niets liever wilde dan bij zijn. Aan de andere kant waren er regels, risico's en vooral de gedachte dat hij juist die mensen van wie hij zoveel hield moest beschermen. En eigenlijk deed hij toen precies wat hij heel goed kon. Hij ging ertussen staan.

Hij werd de verstandige. De verantwoordelijke. Hij beschermde zijn kleinkinderen door afstand van ze te nemen. Niemand hoefde hem daartoe te dwingen; hij begreep het. Iedereen beschermd, vrede bewaard. Alleen betaalde iemand daarvoor wel de rekening: hijzelf. Want om te beschermen waarvan hij hield, moest hij afstand doen van precies datgene waarvan hij ging leven.

En daar werd ik nieuwsgierig. Want ik zie bij mensen met CLL iets wat me fascineert. Niet één soort mens of één vast persoonlijkheidstype, maar wel een beweging die ik meer dan eens ben tegengekomen: mensen die buitengewoon goed zijn geworden in vrede, bescherming en verantwoordelijkheid. En zodra hun eigen levenslust tegenover het belang of de veiligheid van iets anders komt te staan, nemen ze bijna vanzelf weer die oude plek in.

Ertussen.

Stel je nou eens voor dat je dat niet pas sinds gisteren doet. Misschien was het ooit zelfs briljant. Misschien kon jij als kind niet bepalen wat de twee partijen om je heen deden, maar kon je wél zorgen dat jij geen extra strijd veroorzaakte. Je kon verzachten, begrijpen, verbinden. Misschien werd dat jouw veilige plek.

Maar dan komt er een vraag waar ik zelf steeds bij blijf hangen: waar zijn die twee partijen nu eigenlijk? Misschien is de oorlog waarvoor jij ooit het interbellum werd allang voorbij. Misschien bestaan die partijen niet eens meer. Misschien zijn ze er nog, maar is hun vrede helemaal niet meer jouw verantwoordelijkheid.
En toch sta jij nog op je post.

Dat liet me ook anders kijken naar wat er lichamelijk bij CLL gebeurt. Want daarbij gebeurt iets opmerkelijks met B-lymfocyten, cellen die onderdeel zijn van onze afweer. Er ontstaat steeds meer van een bepaalde populatie, terwijl méér daarvan uiteindelijk niet betekent dat het geheel steeds beter beschermd wordt.

En dan wil ik niet meteen concluderen wat dat betekent. Ik weet het nog niet. Dan wil ik juist kijken: wat gebeurt hier eigenlijk?
Wat als we CLL voor één moment niet alleen bekijken als iets wat misgaat, maar nieuwsgierig worden naar bescherming? Wat als iemand zó vertrouwd is geraakt met de positie van vredesbewaker dat beschermen uiteindelijk ten koste kan gaan van zijn eigen levensbeweging?

En misschien wordt dan een heel andere vraag interessant. Niet: waarom doe ik dit? Maar:
Ben ik eigenlijk nog nodig voor deze vrede?

Stel je eens voor dat het antwoord nee is. Dat je je post mag verlaten. Dat je niet meer tussen twee partijen hoeft te staan en niemand daardoor oorlog gaat voeren. Dat je niemand in gevaar brengt en niets meer hoeft te bewaken. En dat al die vriendelijkheid, zachtheid en oprechte belangstelling voor anderen gewoon mag blijven bestaan.

Alleen zonder dat jij ervoor hoeft te verdwijnen.
Misschien blijkt er zelfs méér vrede te zijn wanneer jij ertussenuit stapt. Misschien hoeft het interbellum helemaal niet vernietigd te worden. Misschien mag het alleen ontdekken dat de oorlog voorbij is.

En dan blijft voor mij één vraag over die ik heel graag aan iemand met CLL zou stellen:

Wat als de vrede jou niet meer nodig heeft?
Want als jij niet langer het interbellum hoeft te zijn, waar zou jouw levenslust dan naartoe willen?

Adres

Lisse

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Maak jezelf beter - Instituut nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar Maak jezelf beter - Instituut:

Snelkoppelingen

Delen