27/08/2026
Je bent niet alleen moe van je klachten. Je bent ook moe van het gevecht ermee.
Van de pijn die er alweer is, de angst die terugkomt, de frustratie omdat je lichaam opnieuw niet doet wat jij wilt. Het verdriet om wat je niet meer kunt. Misschien zelfs de boosheid op jezelf omdat je er na al die jaren nog steeds zo door geraakt wordt.
Dat tweede stuk vind ik minstens zo interessant als het eerste. Er kan angst zijn, maar er kan óók angst ontstaan voor die angst. Je kunt frustratie voelen en vervolgens gefrustreerd raken omdat je die frustratie nog steeds voelt.
Je kunt boosheid voelen en boos worden omdat je überhaupt boosheid voelt. Je kunt verdriet hebben en tegelijkertijd vinden dat je daar nu eindelijk eens overheen zou moeten zijn.
Dan is er niet alleen een emotie. Er is ook iets in jou dat vindt dat die emotie er niet zou mogen zijn. En daar kijk ik anders naar.
Een klein kind beschikt nog niet over de woorden om uit te leggen wat er vanbinnen gebeurt. Het kan niet zeggen: “Ik voel dat ik de verbinding met je verlies en dat maakt me bang.” Het voelt angst. Het kan niet zeggen: “Hier wordt iets geraakt wat voor mij belangrijk is.” Het voelt boosheid.
Emotie is een van de eerste talen die we spreken.
Als je als kind ontdekt dat boosheid de verbinding in gevaar brengt, verdriet niet welkom is, angst wordt weggewuifd of frustratie gedoe oplevert, leer je niet alleen om een gevoel te verbergen. Je leert dat een compleet deel van je eigen taal niet veilig gesproken kan worden.
Stel dat ik je vraag om precies te vertellen wat er met je aan de hand is, maar je mag vanaf nu geen werkwoorden meer gebruiken. Geen zelfstandige naamwoorden. Geen bijvoeglijke naamwoorden. Probeer jezelf dan nog maar eens verstaanbaar te maken.
Je zult andere manieren moeten vinden. Ik zie mensen kronkelen en zich aanpassen om tóch duidelijk te maken wat ze nodig hebben zonder de verbinding in gevaar te brengen. Ik zie mensen blokkeren omdat ze niet meer uit hun woorden komen, vechten om eindelijk gehoord en begrepen te worden of uiteindelijk afhaken en weggaan omdat het toch niet lukt om uit te leggen wat er werkelijk in hen gebeurt.
Niet omdat er niets te vertellen is, maar omdat een deel van de taal waarin het verteld kon worden ooit onveilig is geworden.
Jaren later kun je nog steeds leven naar diezelfde regels. Alsof je lange tijd in een land hebt gewoond waar bepaalde dingen niet gezegd mochten worden. Inmiddels ben je terug in Nederland. Niemand verbiedt je nog om ze te zeggen, maar zodra zo'n onderwerp ter sprake komt, begin je automatisch weer te fluisteren. De regels gelden niet meer, je systeem leeft er alleen nog naar.
Dan wordt ook die emotie over de emotie ineens interessant. De angst voor de angst, de boosheid over de boosheid, de frustratie over de frustratie. Alsof je eigen rookmelder afgaat en je vervolgens schrikt van het geluid van het alarm. Je wilt dat het stopt en probeert het uit te zetten, te onderdrukken, weg te redeneren of ergens anders neer te leggen.
Alleen was het alarm misschien nooit het probleem. Het probeerde iets te vertellen.
Daarom interesseert mij niet alleen welke emotie iemand voelt. Ik wil weten waarom het ooit onveilig werd om juist dát deel van de eigen taal te spreken. Want er is een enorm verschil tussen “Er is boosheid, dus dit moet weg” en “Er is boosheid. Wat vertelt dit?”
Die tweede zin bevat geen automatische dus. Eerst is er wat er is. Je mag het waarnemen, erbij zijn en onderzoeken wat het vertelt, wat er nodig is en wat er aandacht vraagt.
We hebben emoties verdeeld in soorten die we graag willen voelen en soorten waar we zo snel mogelijk vanaf willen. Alleen: hoe zou het zijn als rouw óók liefde is? Als verdriet liefde kan zijn? Je kunt intens verdriet voelen juist omdat iemand of iets je intens dierbaar is. Je kunt teleurgesteld zijn omdat je verlangde, gefrustreerd omdat iets belangrijk voor je is en boosheid voelen omdat iets wat je lief is geraakt wordt.
Haal het oordeel goed of fout eraf en emotie wordt iets anders: taal, informatie, een manier waarop iets in jou laat weten dit doet ertoe. Geluk kan dus óók in verdriet zitten.
Als verdriet niet meer gesproken mag worden, kun je niet vanzelfsprekend verwachten dat alleen verdriet verdwijnt en de rest van je emotionele taal volledig beschikbaar blijft. Je kunt niet de helft van een taal verbieden en haar daarna nog volledig spreken. Haal je hele woordsoorten uit een taal, dan heeft dat gevolgen voor alles wat je ermee probeert te vertellen.
En precies daar wordt dit voor mij interessant bij langdurige klachten.
Ik kijk niet alleen naar de klacht. Ik wil begrijpen waarom een systeem nog doet wat het doet, welke informatie het gebruikt, welke conclusie daartussen zit en waarom beschermen hier nog steeds logisch is. Als jouw systeem ooit heeft geleerd dat een deel van zijn eigen taal gevaarlijk is, kan het zich daar jarenlang omheen organiseren, ook wanneer de omstandigheden waarin dat nodig was allang voorbij zijn.
Een chronische klacht staat niet los van de manier waarop een systeem zich organiseert. Verandert die organisatie, dan heeft dat gevolgen voor de klacht. Welke gevolgen dat bij jou heeft, kan ik vooraf niet invullen. Daarvoor moet ik jou leren kennen.
Dat is precies mijn werk. Jij brengt de informatie. Ik verbind de punten. Ik zoek naar de logica waarmee jouw systeem zich vandaag nog organiseert, naar conclusies die ooit logisch waren en nog steeds als waarheid worden gebruikt, naar waarom jouw systeem nog remt, waarschuwt, vasthoudt of beschermt. Niet om je lichaam beter te leren volhouden wat het al doet, maar om te begrijpen waarom het dit nog doet.
Want als de informatie verandert waarmee een systeem rekent, verandert de som en daarmee verandert de uitkomst.
Van chronisch beschermen naar chronisch vertrouwen betekent voor mij daarom ook dat je niet langer tegen delen van jezelf beschermd hoeft te worden.
Je volledige taal mag weer bestaan: verdriet en vreugde, rouw en liefde, angst en vertrouwen, frustratie en verlangen. Niet als tegenpolen die elkaar uitsluiten, maar als verschillende woorden in dezelfde taal.
De taal van een volledig leven. Van overleven naar levenslust.