23/06/2026
Het was dinsdagochtend 23 juni 2026. Een dag waarop de mussen niet zomaar van het dak vielen, maar waarschijnlijk direct verdampten alvorens de grond te raken.
Mijn trouwe vierwieler transformeerde tijdens mijn wekelijkse rondrit door de idyllische Hoeksche Waard langzaam in een rijdende heteluchtoven.
De zon scheen zo onbarmhartig door het voorraam dat mijn dashboard begon te glimmen als een ingevette paling. Zelf zat ik klotsend achter het stuur, met het onmiskenbare gevoel van een goudvis die te lang in een kom op de vensterbank heeft gestaan. Het water kookte, mijn hersenpan pruttelde.
En toen, rijdend op de gortdroge Wintersweg in Mijnsheerenland, veranderde de fata morgana in een levend wezen.
Daar verscheen ze in mijn blikveld. Geen tropische verschijning in bikini, maar een ware heldin van de polder. Gewapend met een felgekleurde missiezak in de ene hand en een glimmende afvalgrijper in de andere, marcheerde zij over het asfalt.
Het was een vlammend protest tegen de hitte. Links een lege blik energiedrank, klik. Rechts een rondslingerende wikkel van een ijshoorntje, klak. De zon schroeide de aarde, maar deze dame had een missie die groter was dan de meteorologische elementen.
Nu ben ik tijdens mijn ritten door de regio wel wat gewend. Ik zie regelmatig nobele burgers die met gevaar voor eigen leven de plastic soep uit onze bermen vissen. Hulde aan die mensen, altijd. Maar vandaag? Met deze apocalyptische temperaturen? Dit grensde aan het bovennatuurlijke.
Mijn door de hitte geteisterde brein maakte direct een bizarre sprong naar de sportwereld. Ik moest acuut denken aan die legendarische keeper van Curaçao. Je kent hem wel: de man die tijdens het WK voetbal per ongeluk een paar volkomen verkeerd ingeschoten ballen tegen zijn achterwerk of scheenbeschermers kreeg, daardoor de nul hield en Curaçao hoogstpersoonlijk aan een historisch punt hielp. Het land was te klein. "Geef die man een standbeeld!" schreeuwden de analisten op televisie alsof hij de zwaartekracht had uitgevonden.
Ik dacht destijds al: doe even heel gauw normaal. Een standbeeld voor een keeper die per ongeluk in de weg stond?
Als we dan toch met brons gaan smijten, laten we de prioriteiten dan eens helder stellen.
Als er iemand een standbeeld verdient, gegoten in puur, glanzend metaal, dan is het wel deze vrouw op de Wintersweg. Terwijl de rest van de Hoeksche Waard languit in de schaduw lag te puffen met een koud glas limonade, hield zij eigenhandig de beschaving overeind. Zij zorgt ervoor dat ons landschap nog een beetje toonbaar blijft voor het nageslacht, zónder dat ze daar een miljoenencontract of een WK-premie voor opstrijkt.
Met diepe, zinderende bewondering zag ik haar gaan in mijn achteruitkijkspiegel, glanzend in de hitte. Een standbeeld op het dorpsplein is het minste, maar een welgemeend en luidruchtig 'bedankt' namens ons allemaal is de absolute ondergrens.
Dus, anonieme heldin van Mijnsheerenland: diepe buiging. Bedankt voor uw zweet, uw grijper en uw onvermoeibare inzet.
Zeker namens,
Jacob Haan,, Nieuw-Beijerland, 23-06-2026