06/05/2026
“Fouten maken mag.”
Dat is wat veel jonge topsporters te horen krijgen.
Maar wat ze ervaren, is vaak iets anders.
⚠️ Minder speeltijd na een fout
⚠️ Een zucht vanaf de zijlijn
⚠️ Directe correctie op het moment zelf
De boodschap die écht binnenkomt: 👉 “Fouten maken kost je iets.”
En dus geb***t er iets logisch:
Ze gaan veiliger spelen
Ze nemen minder initiatief
Ze worden kritischer op zichzelf
En het plezier verdwijnt langzaam
In mijn werk met jonge topsporters hoor en zie ik dit patroon keer op keer terug.
Vooral bij sporters die de lat zelf al hoog leggen.
We zeggen dat we procesgericht werken,
maar in de praktijk sturen we (onbewust) vaak op resultaat.
En daar zit een belangrijk stuk bewustwording.
Hoe wij als trainer reageren op fouten,
is zelden alleen een bewuste keuze.
Het is vaak een oude blauwdruk:
- Hoe er ooit naar óns werd gekeken,
- Hoe wij zelf met fouten hebben leren omgaan.
Tenzij we dat onderzoeken,blijven we het herhalen. Procesgericht werken vraagt dus meer dan andere woorden.
Het vraagt:
Bewustzijn van je eigen reactiepatronen
Regulatie op het moment dat spanning oploopt
En de keuze om anders te handelen dan je automatische reactie
👉 Niet de fout centraal
👉 Maar de intentie, de keuze en het leerproces
Want uiteindelijk reageren sporters niet op wat je zegt, maar op wat je doet.
Herkenbaar?