17/08/2026
DE LAATSTE WEEK VAN DE VAKANTIE – DE GROTE TERUGKEER NAAR HET NORMALE LEVEN
En dan ineens is het zover: de laatste week van de vakantie.
De koffers zijn uitgepakt, de schelpen, zandkorrels en vergeten terug te leggen vakantiebekers liggen verspreid door het huis en iedereen is weer thuis. Tijd voor de ouders om langzaam uit de vakantiestand te komen en zich op te maken voor het volgende hoofdstuk: school.
Eerst de koelkast.
Die blijkt na drie weken vakantie ongeveer dezelfde inhoud te hebben als een gemiddeld hotel op de Noordpool: een halve pot mosterd, twee vergeten wortels en iets in een bakje waarvan niemand meer weet wat het ooit geweest is.
Dus: boodschappen doen. Veel boodschappen. Melk, brood, fruit, yoghurt, beleg, tussendoortjes, schooldrankjes… kortom: de supermarkt wordt weer een tweede hypotheek.
Daarna de administratie.
De bankafschriften worden met de moed der wanhoop geopend. Vervolgens komen de vakantie-uitgaven langzaam boven water. Vliegtickets. Terrasjes. Parkeren. Souvenirs. Een ijsje van €16,50 dat kennelijk uit Groenland is overgevlogen en met de hand door een bovenmodaal betaalde smaakingenieur is bereid.
En dan die enveloppen.
Bekeuringen.
Met pijn in de ogen worden ze geopend.
“Maar hier mochten we toch gewoon…?”
Nee dus.
Het huis moet bovendien weer toonbaar worden. Stofzuigen, dweilen, bedden verschonen, wassen, strijken. De wasmachine draait overuren en vraagt zich inmiddels af of hij niet gewoon onderdeel van het gezin is geworden.
En dan: de boeken kaften.
Een typisch Nederlandse vakantietraditie waarbij ouders ontdekken dat ze na zes weken nog steeds geen enkel talent voor ruimtelijk inzicht, plakband of kaftpapier hebben ontwikkeld.
Het kind kijkt toe.
“Doe jij het?”
“Nee, jij.”
“Maar ik kan het niet.”
“Dat is juist de bedoeling.”
En ondertussen begint de belangrijkste opvoedkundige uitdaging van de laatste vakantieweek:
Hoe houden we de kinderen nog één week bezig?
Gods naam? Allah’s naam? Boeddha’s naam? Wie er ook maar beschikbaar is: help ons.
Want naar school mogen ze nog nét niet.
Dus worden de dagen gevuld met creatieve noodoplossingen:
“Ga maar lekker buiten spelen.”
“Met wie?”
“Maakt niet uit.”
“Wat moet ik doen?”
“Maakt ook niet uit.”
En dan komt er nog een ander probleem om de hoek kijken:
De vakantie-kilo’s.
Want ergens tussen die barbecue, all-you-can-eat, terrasjes, ijsjes, cocktails, stokbroodjes en het mysterieuze concept “we zijn toch op vakantie” zijn er blijkbaar een paar kilo’s mee terug naar Nederland gekomen.
En die staan nu gewoon weer thuis.
Niet in de koffer.
Niet bij de douane.
Maar gezellig op de heupen.
Dus wordt het tijd voor de grote reset:
Normaal eten. Weer bewegen. Terug naar structuur. En vooral niet doen alsof die drie weken vakantie zichzelf vanzelf weer oplossen.
De sportschool wordt opnieuw opgezocht.
De eerste training voelt alsof je persoonlijk door de Tour de France bent ingehaald.
De benen doen pijn.
De conditie blijkt ergens op vakantie te zijn achtergebleven.
En na tien minuten roept iemand:
“Waarom deed ik dit ook alweer?”
Omdat je na zes weken vakantie misschien niet alleen je kinderen, maar ook jezelf weer een beetje moet opvoeden.
En dan begint de laatste fase van de vakantie: het aftrainen van de vakantieslaap.
Van 00.30 uur naar 23.45 uur.
Van 23.45 naar 23.00.
En uiteindelijk, met een beetje geluk en veel onderhandelen, naar 21.00 uur.
De wekker wordt alvast op 06.45 gezet.
Een soort aangekondigde ramp.
Kortom: de vakantie is nog niet voorbij, maar de stress is alweer begonnen.
De ouders verlangen naar rust.
De kinderen verlangen naar vakantie.
De koelkast verlangt naar boodschappen.
De wasmachine verlangt naar pensioen.
En de vakantiekilo’s?
Die hopen dat niemand ze ontdekt.
Maandag begint school.
En heel Tilburg haalt opgelucht adem.
Eindelijk weer orde, regelmaat en vooral: overdag rust in huis.
Tot 15.00 uur.
Dan begint ronde twee.