De Heksenketel Weert

Routebeschrijving Website

De Heksenketel Weert Contactgegevens, kaart en routebeschrijving, contactformulier, openingstijden, diensten, beoordelingen, foto's, video's en aankondigingen van De Heksenketel Weert, Hoogstraat 10, Weert.

Kruidenvrouw, energetisch therapeut, liefde voor het samenstellen van theeën, tincturen en zalven onder ons eigen merk 'SpiritSage' in onze winkel 'De Heksenketel' Hoogstraat 10 in Weert

GISTERAVOND… BEN IK GEFLITST OP MIJN BEZEM 🧹📸Gisteravond was het weer zo’n avond waarvan je achteraf denkt: ja… dit had ...
17/10/2026

GISTERAVOND… BEN IK GEFLITST OP MIJN BEZEM 🧹📸

Gisteravond was het weer zo’n avond waarvan je achteraf denkt: ja… dit had ik misschien kunnen zien aankomen.

Na sluitingstijd bleven de deuren van De Heksenketel namelijk nog even dicht voor de buitenwereld, maar binnen was het allesbehalve stil. We hadden workshop met vier ontzettend leuke dames en het werd zo’n avond waarop de tijd ongemerkt verdwijnt.

Er werd gekletst, gelachen, gemaakt, geprobeerd en natuurlijk moest er ook even iets uit eigen ketel geproefd worden.

De Drop Mint-likeur.

Want zeg nou zelf: je kunt moeilijk vier dames naar huis laten gaan zonder eerst te controleren of de heks des huizes haar brouwsels nog wel op orde heeft.

Dus glaasjes erbij.

“Proost!”

En vooruit… nog eentje dan.

Voor de wetenschap. 😇

Buiten kwam ondertussen de regen werkelijk met bakken uit de hemel. Niet een gezellig herfstbuitje, maar zo’n regen waarbij je verwacht dat er ieder moment iemand met een ark door de Hoogstraat komt varen.

Toen de workshop afgelopen was en iedereen tevreden naar huis ging, bleef ik nog even achter.

Opruimen.
Lichtjes uit.
Keteltjes op hun plek.
De laatste glazen wegzetten.

En toen keek ik naar buiten.

Donker.
Regen.
Glanzende straten.
En de kerktoren die daar zo mooi boven alles uitstak.

Nu weet ik natuurlijk best dat er rondom de kerktoren een vliegverbod geldt vanwege de broedende vogels.

Maar ik dacht:

“In déze regen? Die vogels zitten toch ook gewoon ergens onder een dakpannetje met hun vleugels om elkaar heen?”

Dat was mijn eerste fout.

Mijn tweede fout was dat ik mijn bezem pakte.

Thuis hadden Murphy, Guinness en Muis blijkbaar al een voorgevoel.

Murphy, mijn mollige grijs gestreepte dame, zou volgens Bart al een tijdje onrustig richting het raam hebben zitten kijken.

Guinness, slank, grijs gestreept en doorgaans de verstandigste van het stel, zat naar verluidt met zo’n blik te kijken die maar één ding betekende:

“Ze gaat toch niet weer iets doen hè?”

En Muis, onze zwart-witte tuxedo-dame, had zich alvast strategisch op de bank geïnstalleerd. Waarschijnlijk omdat ze wist dat er later een uitgebreid verslag zou volgen.

Maar goed.

Daar ging ik.

Jas dicht.
Bezem onder de arm.
Eén voet erop.

En hoppa.

De regen in.

Ik zal eerlijk zijn: vliegen op een bezem in de stromende regen klinkt romantischer dan het is.

Binnen dertig seconden zat mijn haar tegen mijn gezicht, waaide mijn jas alle kanten op en begon mijn bezem een verdachte hoeveelheid water op te nemen.

Maar eenmaal in de lucht…

Prachtig.

De lichtjes van Weert onder me, natte straten die glommen in het donker, de winkel achter me en die kerktoren vlakbij.

Ik had natuurlijk gewoon rechtstreeks naar huis kunnen vliegen.

Had gekund.

Maar toen dacht ik aan Iris, die daar vlakbij woont.

En toen gebeurde het.

Uit pure baldadigheid maakte ik nog één extra rondje om de kerktoren.

Misschien twee.

Goed.

Drie.

Bij het laatste rondje zwaaide ik nog even richting het appartement van Iris.

Geen idee of ze me gezien heeft.

Waarschijnlijk dacht ze gewoon dat er een enorme natte kraai voorbijvloog.

Daarna vond ik het welletjes.

Richting huis.

Eenmaal binnen stond Bart me aan te kijken.

Je kent die blik.

Die blik van een man die al dertig jaar weet dat vragen stellen soms alleen maar meer problemen oplevert.

“Lekker gevlogen?”

“Nee hoor.”

Achter mij droop mijn bezem op de vloer.

Murphy keek naar de plas water.

Guinness keek naar mij.

Muis keek naar Bart.

En ik zweer dat die drie op dat moment een complete vergadering hadden zonder één geluid te maken.

Ik ben maar snel warm gaan douchen.

Pyjama aan.
Dekentje.
Op de bank naast Bart.

En natuurlijk duurde het geen vijf minuten voordat alle drie de dames erbij lagen.

Murphy lekker warm tegen me aan.
Guinness languit erbij.
Muis als een klein zwart-wit bolletje op de beste plek.

En daar zaten we.

Warm.
Droog.
Napraten over de workshop.
Over de vier leuke dames.
Over de regen.
Over de Drop Mint.

En over mijn kleine omweg langs de kerktoren.

Bart schudde alleen zijn hoofd.

“Je weet toch dat je daar niet mag vliegen?”

“Ach,” zei ik, “wie ziet dat nou in dit weer?”

…

Vanmorgen lag er een envelop in de brievenbus.

Gemeente Weert.

Ik dacht nog: wat zouden die nou moeten?

Ik maak hem open.

KENNISGEVING OVERTREDING LUCHTVERKEERSBESLUIT BEZEMVERKEER

Blijkbaar hebben ze sinds kort een snelheidsmeter op de kerktoren.

Ik ben geflitst.

Toegestane snelheid rondom de kerktoren: 15 km per uur.

Gemeten snelheid: 47 km per uur.

Na correctie: 44.

En alsof dat nog niet erg genoeg was, stond eronder:

Bijkomende overtreding: driemaal rondvliegen binnen een tijdelijk gesloten broedgebied.

Met foto.

Daar zat ik.

Op mijn bezem.

Jas wapperend.

Haar alle kanten op.

En volgens mij nog zwaaiend naar Iris ook.

Ik heb geprobeerd uit te leggen dat mijn bezem door de harde wind waarschijnlijk vanzelf sneller ging.

Bart zegt dat ik bezwaar kan maken.

Guinness zegt van niet.

Murphy vindt vooral dat ik de volgende keer snacks mee moet nemen.

En Muis?

Die zat vanmorgen naast de envelop.

Met precies die blik van:

“Ik heb het je gisteren nog gezegd.”

Moraal van het verhaal?

Na een gezellige workshop, een glaasje zelfgemaakte Drop Mint en drie rondjes om de kerktoren…

kun je beter gewoon lopend naar huis.

Of in ieder geval je bezem op cruisecontrol zetten. 🧹😂🌙

P.S. De Drop Mint was trouwens wél goedgekeurd.

Dus helemaal voor niets was de avond gelukkig niet. 😉

DIT WAS MIJN BRIEF 🫣

GEMEENTE WEERT
Afdeling Luchtverkeer, Bezemzaken & Onverklaarbare Nachtelijke Activiteiten

KENNISGEVING VAN OVERTREDING

Datum overtreding: 16 oktober 2026
Tijdstip: 22:47 uur
Locatie: luchtruim rondom de kerktoren, centrum Weert
Voertuig: bezem
Merk/type: onbekend, vermoedelijk handgebonden model
Brandstof: niet van toepassing
Bestuurder: vrouwelijke heks, nat haar, opvallend goede zin

Geconstateerde overtredingen

1. Overschrijding maximumsnelheid

Toegestane snelheid rond de kerktoren: 15 km/u
Gemeten snelheid: 47 km/u
Na wettelijke correctie: 44 km/u

Opmerking verbalisant:

“Bestuurder leek tijdens de meting te lachen en zwaaide vermoedelijk naar een appartement in de omgeving.”

2. Onnodig rondvliegen

Bestuurder heeft de kerktoren niet één, niet twee, maar drie keer omcirkeld.

Een duidelijke verkeersnoodzaak hiervoor kon niet worden vastgesteld.

Als verklaring werd later opgegeven:

“Uit baldadigheid.”

Deze reden staat momenteel niet vermeld als geldige uitzondering binnen de gemeentelijke Bezemverordening.

3. Betreden tijdelijk gesloten broedgebied

Ter plaatse geldt een tijdelijk vliegverbod in verband met broedende vogels.

De verklaring van betrokkene:

“Maar het regende keihard. Die vogels zitten dan toch ook binnen?”

is beoordeeld door de afdeling Flora, Fauna & Vliegende Heksen.

Het bezwaar is bij voorbaat ongegrond verklaard.

4. Mogelijke beïnvloeding van de vliegvaardigheid

Volgens betrouwbare bronnen had bestuurder eerder op de avond tijdens een workshop een kleine hoeveelheid huisgemaakte Drop Mint-likeur genuttigd.

Bestuurder verklaarde:

“Dat was puur kwaliteitscontrole.”

De gemeente erkent kwaliteitscontrole als belangrijk onderdeel van ondernemerschap, maar adviseert deze voortaan uit te voeren ná het parkeren van de bezem.

---

Bewijsmateriaal

De automatische bezemflitser op de kerktoren heeft één duidelijke opname geregistreerd.

Hierop is zichtbaar:

- één vermoedelijke heks;
- één bezem;
- één wapperende jas;
- nat haar;
- een opgeheven arm;
- en een opvallend brede glimlach.

Tevens bestaat het vermoeden dat de bestuurder tijdens het passeren “HOI IRIS!” heeft geroepen.

Dit wordt nog onderzocht.

---

Boetebedrag

Snelheidsovertreding: € 37,50
Onnodig rondjes vliegen: € 12,50
Betreden broedgebied: € 25,00
Administratiekosten: € 9,00

Totaal: € 84,00

Of:

42 flesjes Drop Mint van 2 cl.

Betaling in natura uitsluitend na voorafgaande afspraak met de afdeling Handhaving.

---

Verzachtende omstandigheden

Bij het bepalen van de sanctie is rekening gehouden met:

- zeer slechte weersomstandigheden;
- een buitengewoon gezellige workshop;
- vier ontzettend leuke dames;
- het feit dat niemand gewond is geraakt;
- en drie poezen die thuis reeds voldoende corrigerend hebben opgetreden.

Volgens getuigen hebben Murphy, Guinness en Muis de bestuurder na thuiskomst langdurig en streng aangekeken.

De gemeente acht aanvullende opvoedkundige maatregelen daarom niet noodzakelijk.

---

Advies voor toekomstige vluchten

Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend:

- niet sneller te vliegen dan 15 km/u rond de kerktoren;
- geen rondjes te vliegen “omdat het leuk is”;
- tijdens het broedseizoen de officiële bezemroutes te volgen;
- en na consumptie van Drop Mint gebruik te maken van een Bob-bezem.

Gemeente Weert
Afdeling Luchtverkeer, Bezemzaken & Onverklaarbare Nachtelijke Activiteiten

Deze beschikking is automatisch gegenereerd. Reacties van katten worden niet als officieel bezwaarschrift geaccepteerd.

P.S.
Uw bezem staat inmiddels geregistreerd in ons systeem.

Nog één keer 47 km/u…

en we monteren er een begrenzer op. 🧹📸

Hoofdstuk 22De vrouw met de ringDe oude vrouw stond nog steeds voor het raam.Ze bewoog niet.Binnen in De Heksenketel bew...
09/10/2026

Hoofdstuk 22

De vrouw met de ring

De oude vrouw stond nog steeds voor het raam.

Ze bewoog niet.

Binnen in De Heksenketel bewoog trouwens ook niemand.

Murphy zat met één voorp**t nog op het oude boek.

Guinness was halverwege een sprong van de tafel gestopt.

Muis stond bij het zakje aarde.

En Harry...

Harry was verdwenen.

Murphy knipperde.

"Harry?"

Niets.

Ze keek omhoog.

Geen Harry.

Naar de kast.

Geen Harry.

Naar het web boven de lamp.

Leeg.

Guinness keek ook.

"Dat vind ik niet bepaald geruststellend."

Buiten tikte de vrouw één keer tegen het raam.

Tik.

Haar ring raakte het glas.

Een cirkel.

Een takje.

Drie blaadjes.

Precies hetzelfde teken.

Muis keek naar het boek.

"Ze weet het."

Murphy slikte.

"Dat weten we niet."

"Ze kijkt ernaar."

Dat was waar.

De vrouw keek niet naar hen.

Niet naar de winkel.

Ze keek naar het boek.

Toen wees ze naar de deur.

---

"Niet opendoen."

Harry's stem kwam van boven.

Drie katten keken tegelijk omhoog.

Harry zat tegen een donkere balk gedrukt.

"Daar ben je!" zei Murphy.

"Ik was er gewoon."

"Je verstopte je."

"Ik observeerde."

Guinness keek naar de vrouw.

"Vanaf een plek waar niemand je kon zien."

"Dat is doorgaans de beste plek om te observeren."

Murphy kende Harry inmiddels goed genoeg.

Hij was bang.

Niet doodsbang.

Maar voorzichtig op een manier die ze nog niet eerder bij hem had gezien.

"Ken je haar?"

Harry keek naar de vrouw.

"Nee."

Muis spitste haar oren.

"Maar je kent de ring."

Harry antwoordde niet.

Dat was antwoord genoeg.

---

De vrouw tikte opnieuw.

Tik.

Toen deed ze iets vreemds.

Ze draaide haar hand om.

Aan de binnenkant van de ring stond iets gegraveerd.

Geen takje.

Geen blaadjes.

Een letter.

B

Murphy keek naar Harry.

"Wat betekent die B?"

"Geen idee."

Guinness snoof.

"Van Betrouwbaar?"

Muis keek naar de vrouw.

"Of Bewaarster."

Niemand maakte nog een grapje.

Het boek op tafel begon zacht te kraken.

De bladzijden bewogen.

Niet door wind.

Langzaam sloeg het zichzelf terug.

Voorbij Murphy.

Guinness.

Muis.

Voorbij Anna Gerits.

Elisabeth.

Aleyda.

Tot het stopte bij Mechtild.

Daar, naast haar naam, verscheen iets.

Een klein teken.

Een cirkel.

Een takje.

Drie blaadjes.

En daarnaast...

B.

Harry kwam van zijn balk.

"Dat stond er niet."

Murphy keek hem aan.

"Zeker weten?"

"Ik heb die bladzijde vaak genoeg gezien."

"Wanneer?"

Harry zweeg.

Guinness keek hem strak aan.

"Daar komen we later nog op terug."

---

Buiten deed de vrouw een stap achteruit.

Ze wachtte.

Murphy keek naar haar vriendinnen.

"We moeten de deur openen."

"Nee," zei Harry.

"Waarom niet?"

"Omdat we niet weten wie ze is."

"Precies daarom."

Murphy sprong van de tafel.

Harry liet zich voor haar zakken.

"Murphy."

Ze stopte.

"Wat?"

"Er zijn redenen waarom sommige dingen verborgen zijn gebleven."

"Dat zei Eik ook."

"Dan moet je luisteren."

Murphy keek naar het oude boek.

"Maar er staat dat wij moeten beslissen wat ermee gebeurt."

"Ja."

"Dan kunnen we toch moeilijk voor altijd onder de tafel gaan zitten?"

Guinness kwam naast haar staan.

"Voor de duidelijkheid: ik zit nooit onder tafels."

Muis liep al richting deur.

Murphy keek naar Harry.

"Drie vinden elkaar terug."

Harry zuchtte.

"Ik begin spijt te krijgen dat jullie kunnen lezen."

---

De deur ging open.

Het belletje rinkelde.

Gewoon.

Helder.

Alledaags.

Tingeling.

Dat geluid maakte alles ineens minder geheimzinnig.

De oude vrouw keek naar de drie katten.

Van Murphy naar Guinness.

Van Guinness naar Muis.

Toen glimlachte ze.

"Drie."

Murphy's haren gingen overeind.

De vrouw stapte naar binnen.

Ze rook naar regen.

Natte wol.

En iets anders.

Muis snoof.

"Rozemarijn."

De vrouw keek naar haar.

"Goed geroken."

Drie katten verstijfden.

Guinness keek naar Murphy.

Murphy naar Muis.

De vrouw trok haar wenkbrauw op.

"Wat?"

Murphy's mond viel open.

"U verstaat ons."

"Ja."

"Maar..."

"Niet iedereen is vergeten hoe je moet luisteren."

Boven hen liet Harry bijna zijn draad los.

---

De vrouw liep niet meteen naar het boek.

Dat viel Murphy op.

Ze keek rond.

Naar de houten balken.

De muren.

De vloer.

De oude kast.

Toen legde ze haar hand tegen de muur.

"Het is veranderd."

Harry kwam langzaam naar beneden.

"U bent hier eerder geweest."

De vrouw keek naar hem.

Heel lang.

Toen glimlachte ze.

"En jij bent er nog."

Harry bewoog niet.

Murphy keek van de één naar de ander.

"Jullie kennen elkaar."

"Nee," zei Harry.

"Niet persoonlijk," zei de vrouw.

Harry keek haar strak aan.

"Wie bent u?"

De vrouw trok haar natte doek van haar hoofd.

Haar haar was zilvergrijs.

Haar gezicht vol lijnen.

Geen griezelige oude heks.

Geen geheimzinnige tovenares.

Gewoon een oudere vrouw.

Ze stak haar hand uit.

"Bertha."

Guinness keek naar de ring.

"B."

"Inderdaad."

Muis kwam dichterbij.

"Bertha wat?"

De vrouw glimlachte.

"Dat is een langere geschiedenis."

Harry trok acht wenkbrauwen op.

Voor zover dat anatomisch mogelijk was.

"Wij hebben tijd."

"Dat weet ik," zei Bertha.

Ze keek hem aan.

"Vooral jij."

---

Bertha ging aan tafel zitten.

Ze raakte het boek niet aan.

"Waar heeft u die ring vandaan?" vroeg Murphy.

"Van mijn moeder."

"En zij?"

"Van haar moeder."

"En zij?"

Bertha glimlachte.

"Je begint het te begrijpen."

Muis keek naar het symbool.

"Hoe ver terug?"

"Dat weet niemand."

Harry kwam dichterbij.

"Kent u de naam Mechtild?"

Bertha keek op.

Voor het eerst veranderde haar gezicht.

Niet van angst.

Van herkenning.

"Waar hebben jullie die naam gevonden?"

Murphy wees naar het boek.

Bertha keek.

En werd bleek.

"Dat boek..."

Ze stond op.

"Waar hebben jullie dat gevonden?"

"In een kist."

"Welke kist?"

"Hier."

"Dat kan niet."

Guinness keek haar aan.

"Dat zeggen mensen opvallend vaak tegen dingen die duidelijk wel kunnen."

Bertha liep naar het boek.

Maar vlak voordat ze het aanraakte, trok ze haar hand terug.

"Mijn grootmoeder vertelde hierover."

Murphy kwam dichterbij.

"Over het boek?"

Bertha knikte.

"Over drie delen."

Harry en de poezen keken elkaar aan.

"Woorden," zei Murphy.

"Planten," zei Muis.

"Herinnering," zei Guinness.

Bertha keek hen aan.

"Dan hebben jullie ze gevonden."

"Niet helemaal," zei Harry.

Bertha keek naar hem.

"Wat ontbreekt?"

Harry wees naar de drie blaadjes.

"We weten nog steeds waarom drie."

Bertha ging weer zitten.

"Omdat kennis nooit aan één persoon mocht toebehoren."

---

Ze draaide haar ring.

"Mijn grootmoeder zei altijd dat er vroeger drie Bewaarsters tegelijk waren."

Murphy keek naar het boek.

"Drie vrouwen?"

"Meestal."

"Meestal?"

Bertha glimlachte naar de katten.

"Niet altijd."

Guinness ging wat rechter zitten.

"Ga door."

"De eerste bewaarde de woorden."

Ze wees naar het boek.

"De tweede kende de planten en de plaatsen waar ze groeiden."

Muis keek naar de kruidenkaart.

"En de derde?"

Bertha keek naar buiten.

Naar de donkere straat.

"De derde bewaarde de verhalen."

Murphy fronste.

"Waarom waren verhalen zo belangrijk?"

"Omdat een recept je kan vertellen wat iemand gebruikte."

"Een kaart waar iemand het vond."

"Maar een verhaal vertelt waarom."

Bertha keek naar de winkel.

"Wie geholpen werd."

"Wie een fout maakte."

"Wie ontdekte dat iets niet werkte."

"Wie wist wanneer er een dokter nodig was."

Harry knikte langzaam.

"Herinnering."

"Precies."

Bertha keek naar hem.

"Daarom waren er drie. Zodat niemand alleen kon beslissen wat waarheid was."

Het werd stil.

Dat was geen magie.

Dat was eigenlijk...

verstandig.

---

Murphy keek naar Bertha's ring.

"Dan bent u een Bewaarster."

Bertha schudde haar hoofd.

"Nee."

"Maar die ring..."

"Maakt mij erfgenaam van een verhaal."

"Niet automatisch de Bewaarster ervan."

Ze wees naar het boek.

"Dat heeft blijkbaar zelf gekozen."

Drie poezen keken naar hun namen.

Murphy voelde iets kriebelen in haar buik.

Trots misschien.

Of honger.

Bij haar was het onderscheid soms lastig.

"Waarom bent u gekomen?" vroeg Muis.

Bertha's glimlach verdween.

"Daarom."

Ze wees naar het boek.

"Hoe wist u dat het hier was?"

"Dat wist ik niet."

"Waarom stond u dan voor het raam?"

Bertha keek naar haar ring.

"Deze werd warm."

Guinness trok een gezicht.

"Dat klinkt behoorlijk magisch voor een verhaal waarin Harry steeds beweert dat alles herinnering is."

Harry wees met een p**t naar haar.

"Dat heb ik nooit zo letterlijk gezegd."

"Bijna wel."

Bertha glimlachte even.

Maar haar gezicht werd snel weer ernstig.

"Ik kwam omdat de ring nog maar één keer eerder warm is geworden."

Harry verstijfde.

"Wanneer?"

"De avond voordat mijn grootmoeder stierf."

---

Niemand zei iets.

Bertha keek naar haar handen.

"Ze gaf mij toen de ring."

"En zei één zin."

Murphy wachtte.

"Welke?"

Bertha keek naar het symbool op de kaft.

'Als hij wakker wordt, zoek dan de drie.'

Muis keek naar Murphy.

Murphy naar Guinness.

Guinness naar Harry.

Harry keek naar de Klok Zonder Tijd.

"Wie is hij?"

Bertha schudde haar hoofd.

"Dat heeft ze nooit verteld."

Op dat moment...

D**g.

De Klok Zonder Tijd sloeg.

Eén keer.

Bertha sprong overeind.

"Die klok."

Murphy keek verbaasd.

"Kent u hem?"

Bertha liep ernaartoe.

Ze staarde naar de wijzerplaat.

"Mijn grootmoeder tekende deze."

Harry kwam naast haar.

"Waarom?"

Bertha keek naar de klok.

"Ze zei dat hij ooit in Weert hing."

"Waar?"

"Dat weet ik niet."

De klok sloeg opnieuw.

D**g.

De wijzers begonnen te draaien.

Niet achteruit.

Vooruit.

Sneller.

Steeds sneller.

Tot ze abrupt stopten.

Op...

03:00.

Harry keek omhoog.

"Dat heeft hij nog nooit gedaan."

Guinness keek naar buiten.

"Het is niet eens drie uur."

Bertha werd bleek.

"Het is geen tijd."

Murphy keek haar aan.

"Wat dan?"

Bertha wees naar de drie.

"Een aantal."

---

Het oude boek sloeg vanzelf dicht.

Boem.

De kaarsen doofden.

Allemaal tegelijk.

Buiten begon Eik zo hard te ruisen dat zijn takken tegen het raam sloegen.

Tok. Tok. Tok.

"Eik?" riep Murphy.

Geen antwoord.

"Eik!"

Toen kwam zijn stem.

Maar niet vanuit de boom.

Van onder de vloer.

"Niet hier."

Harry draaide zich om.

"Wat niet hier?"

"Het derde deel."

Bertha keek naar de grond.

Murphy voelde haar hart sneller slaan.

"Maar we dachten dat herinnering het derde deel was."

"Dat is het."

"Waar is het dan?"

Eik zweeg.

Toen kraakte de vloer.

Eén plank kwam een paar millimeter omhoog.

Muis was er als eerste.

Onder de plank lag niets.

Geen boek.

Geen zakje.

Geen sleutel.

Alleen een oude kras in het hout.

Een pijl.

De pijl wees...

naar buiten.

Naar de Hoogstraat.

Harry keek naar Bertha.

"Waar?"

Bertha draaide haar ring.

Ze sloot haar ogen.

En fluisterde:

"Mijn grootmoeder vertelde altijd over een plek waar verhalen werden bewaard zonder dat ze werden opgeschreven."

Murphy kwam dichterbij.

"Welke plek?"

Bertha opende haar ogen.

"Een waterput."

---

Harry verstijfde.

Eik zweeg.

De Klok Zonder Tijd stopte.

Volledig.

Zelfs het tikken hield op.

Guinness keek rond.

"Waarom doet iedereen alsof iemand zojuist 'draak' heeft gezegd?"

Harry keek haar aan.

"Omdat oude steden waterputten hadden."

"Dat weet ik."

"En omdat mensen elkaar daar ontmoetten."

Muis begreep het.

"En verhalen vertelden."

Bertha knikte.

"Nieuws."

"Roddels."

"Waarschuwingen."

"Wie ziek was."

"Wie hulp nodig had."

"Wie een kind had gekregen."

"Wie kruiden zocht."

Murphy keek naar de pijl.

"En ergens in Weert..."

"...was een put waar de Bewaarsters elkaar ontmoetten," maakte Bertha haar zin af.

Harry liep naar de deur.

"Bestaat die nog?"

Bertha keek hem aan.

"De put?"

Ze schudde haar hoofd.

"Waarschijnlijk niet."

Guinness zuchtte.

"Natuurlijk niet."

Maar Muis keek nog steeds naar de vloer.

"De put misschien niet."

Iedereen keek naar haar.

Muis wees naar het teken.

"Maar de plek wel."

Harry glimlachte.

Heel langzaam.

"Precies."

---

Bertha trok haar doek weer om haar schouders.

"Dan moeten we hem vinden."

Murphy sprong van de tafel.

Guinness kwam erbij.

Muis stond al bij de deur.

Harry klom op Murphy's rug.

Bertha keek naar de drie poezen.

"Jullie gaan mee?"

Guinness keek beledigd.

"Mevrouw, volgens mij heeft u de afgelopen eenentwintig hoofdstukken niet goed opgelet."

Bertha begon te lachen.

Het was een warme lach.

Een lach die helemaal niet paste bij de mysterieuze vrouw die een uur geleden voor het raam had gestaan.

En ineens vertrouwde Murphy haar een klein beetje meer.

Niet helemaal.

Bewaarsters moesten tenslotte voorzichtig zijn.

Dat had ze inmiddels geleerd.

Bertha opende de deur.

De Hoogstraat lag donker voor hen.

De regen was opgehouden.

De stenen glommen onder de lantaarns.

En ergens onder die stenen...

lag misschien een plek waar mensen honderden jaren geleden hun verhalen hadden gedeeld.

Murphy zette één p**t buiten.

Toen bleef Bertha abrupt staan.

"Wat is er?" vroeg Muis.

Bertha keek naar de overkant van de straat.

Daar stond niemand.

Maar op de natte stenen lag iets.

Een klein bundeltje kruiden.

Samengebonden met rood draad.

Harry liet zich van Murphy's rug zakken.

Hij liep ernaartoe.

Rozemarijn.

Weegbree.

Vlier.

Drie planten.

Bertha keek om zich heen.

"Wie heeft dat daar neergelegd?"

Niemand antwoordde.

Harry draaide het bundeltje om.

Aan het rode draad hing een klein houten schijfje.

Een cirkel.

Een takje.

Drie blaadjes.

En op de achterkant stonden vier woorden.

Harry las ze hardop.

Jullie zijn niet alleen.

Murphy keek de donkere Hoogstraat in.

Muis drukte zich tegen haar aan.

Guinness kwam aan de andere kant zitten.

Bertha draaide langzaam haar ring.

En hoog boven hen, ergens op een dak...

bewoog een schaduw.

Niet groot.

Niet dreigend.

Maar duidelijk genoeg om te weten:

iemand anders volgde het spoor ook.

Harry keek naar de drie poezen.

"Vanaf nu blijven we bij elkaar."

Guinness keek naar Murphy en Muis.

"Dat waren we toch al van plan."

En voor het eerst klonk het woord drie niet als een raadsel.

Het klonk als bescherming.

🌿

Wordt vervolgd...

In hoofdstuk 23 begint de zoektocht naar de verdwenen waterput van Weert. Maar terwijl Murphy, Guinness, Muis, Harry en Bertha oude kaarten en verhalen naast elkaar leggen, ontdekken ze iets onverwachts: de put stond misschien veel dichter bij Hoogstraat 10 dan iemand had gedacht...

Hoofdstuk 19Het pad van MaraDe volgende ochtend stond Murphy al bij de deur voordat iemand in De Heksenketel goed en wel...
16/09/2026

Hoofdstuk 19

Het pad van Mara

De volgende ochtend stond Murphy al bij de deur voordat iemand in De Heksenketel goed en wel wakker was.

Naast haar lag het eikeltje van Eik.

Muis zat op de vensterbank en keek naar buiten.

Guinness lag nog languit op een stoel.

"Ik wil even vastleggen," zei ze zonder haar ogen te openen, "dat Elisabeth haar kruiden waarschijnlijk gewoon overdag ging zoeken."

Murphy keek haar aan.

"Het ís overdag."

Guinness opende één oog.

"Dit is ochtend. Dat is iets anders."

Harry kwam langs zijn draad naar beneden.

"Jullie hoeven niet mee."

Guinness stond onmiddellijk op.

"Wie zegt dat ik niet meega?"

Muis keek naar Murphy.

Murphy keek naar Harry.

"Waar beginnen we?"

Harry wees naar de kier onder de oude kast.

Daarachter lag nog altijd de verborgen kruidenkaart.

"Bij de eerste plant."

"Weegbree," zei Muis.

Harry knikte.

"En daarna?"

"Dat," zei Harry, "moeten jullie zelf ontdekken."

Guinness zuchtte.

"Waarom hebben wij eigenlijk een spin meegenomen die alles weet maar niets vertelt?"

Harry keek tevreden.

"Voor de sfeer."

---

Niet veel later liepen drie poezen door de Hoogstraat.

Voorbij De Heksenketel.

Voorbij de winkels.

Voorbij mensen die geen idee hadden dat vlak langs hun voeten een historische expeditie plaatsvond.

Harry reisde mee vanaf een veilige plek op Murphy's rug.

"Niet bewegen," waarschuwde hij.

"Ik loop."

"Dat bedoel ik."

Muis liep voorop.

Ze had de kaart lang bekeken.

Geen straten.

Geen huisnummers.

Geen pijlen.

Alleen planten.

Weegbree was het begin.

Maar dat maakte iets ingewikkeld.

"Er staat overal weegbree," zei Guinness.

Ze had gelijk.

Tussen stenen.

Langs muren.

Bij bermen.

Op plekken waar mensen dagelijks voorbijliepen zonder ernaar te kijken.

Harry liet zich van Murphy's rug zakken.

"Daarom werd hij vroeger ook wel verbonden met wegen en reizigers."

Murphy keek naar het plantje.

"Hoe weten we dan welke Elisabeth bedoelde?"

Harry antwoordde niet.

Muis wel.

"Misschien zoeken we niet naar één plant."

Ze keek naar de weg voor hen.

"Misschien moeten we kijken waar hij ons naartoe volgt."

---

Ze verlieten langzaam het drukste deel van Weert.

De gebouwen werden minder dicht.

Er kwam meer groen.

De lucht rook anders.

Murphy merkte het als eerste.

"Aarde."

Muis snoof.

"Gras."

Guinness rook ook.

"Koe."

Murphy keek haar aan.

"Dat is óók natuur."

"Dan mag natuur best iets vaker douchen."

Harry grinnikte.

Maar Eik had gelijk gehad.

Zodra ze stopten met zoeken naar gebouwen en begonnen te kijken naar wat er langs de weg groeide, veranderde alles.

Weegbree.

Brandnetel.

Paardenbloem.

Duizendblad.

Planten die niemand had geplant.

Niemand water gaf.

Niemand netjes in een potje had gezet.

En toch stonden ze er.

Jaar na jaar.

Generatie na generatie.

"Dit is wat Elisabeth zag," zei Murphy.

Harry knikte.

"En haar moeder."

"En haar grootmoeder?"

Harry keek naar haar.

"Waarschijnlijk."

"En daarvoor?"

Harry zweeg.

Murphy glimlachte.

"Nog niet?"

"Je leert snel."

---

Na een tijdje bleef Muis plotseling staan.

Voor haar lag een oude splitsing.

De ene weg liep verder.

De andere was nauwelijks nog een weg te noemen.

Een smal pad.

Half overgroeid.

Langs de rand stond...

vlier.

Muis keek naar Murphy.

Murphy keek naar Guinness.

"De tweede plant."

Guinness' vermoeidheid was ineens verdwenen.

Ze liepen het pad in.

Het gras kwam hoger tegen hun poten.

Vlinders schoten voor hen weg.

Ergens verderop klonk water.

Toen stopte Harry.

"Hier ben ik eerder geweest."

Murphy keek over haar schouder.

"Met Elisabeth?"

"Nee."

"Met Anna?"

Harry antwoordde niet.

Guinness rolde met haar ogen.

"Ik denk dat we dat maar als ja beschouwen."

---

Het pad eindigde bij een kleine waterloop.

Niet breed.

Niet indrukwekkend.

Maar oud.

Aan de oever groeide vlier.

Iets verderop stond duizendblad.

Muis keek om zich heen.

"De kaart."

Murphy begreep het.

"Dit zijn de planten van de muur."

Harry knikte.

"De kaart tekende geen straten."

"Maar plekken."

"Precies."

Guinness keek naar het water.

"En wat zoeken we hier?"

Harry keek naar Muis.

"Dat weet ik niet."

Muis spitste haar oren.

"Maar jij weet toch..."

"Nee."

Het antwoord klonk anders dan anders.

Geen geheimzinnigheid.

Geen spelletje.

Hij wist het werkelijk niet.

"Ik heb Elisabeth hier nooit gevolgd."

Murphy keek hem verbaasd aan.

"Waarom niet?"

Harry draaide zich naar haar toe.

"Omdat ik toen nog in het huis woonde."

"En spinnen maken doorgaans geen wandelingen van een paar kilometer."

Guinness keek naar zijn acht poten.

"Verspilling van materiaal."

---

Muis liep langs het water.

Toen stopte ze.

In de modder stond een afdruk.

Een p**tafdruk.

"Een kat."

Murphy kwam kijken.

"Dat kan iedere kat zijn."

Muis knikte.

Maar een stukje verder stond er nog één.

En nog één.

Ze volgden de afdrukken.

Langs het water.

Onder een vlierstruik door.

Tot ze bij een oude boom kwamen.

Geen eik.

Een wilg.

De stam was gedeeltelijk hol.

Muis stak haar kop naar binnen.

"Muis?"

Geen antwoord.

"Muis!"

Haar kop verscheen weer.

"Hier zit iets."

Guinness keek naar Murphy.

"Waarom zegt zij dat altijd vlak voordat wij ergens in moeten kruipen?"

Murphy duwde haar hoofd in de opening.

Het rook naar vochtige aarde.

Oud hout.

En...

"Rozemarijn."

Harry kwam onmiddellijk dichterbij.

"Dat kan niet."

"Waarom niet?"

"Rozemarijn groeit hier niet zomaar in een holle boom."

Guinness keek hem aan.

"Dan heeft iemand het erin gestopt."

---

Diep in de holte lag een klein aardewerken potje.

Gebarsten.

Begroeid met mos.

Murphy trok het voorzichtig naar buiten.

Op de zijkant stond geen naam.

Geen tekst.

Alleen het teken.

Een cirkel.

Een takje.

Drie blaadjes.

Harry zei niets.

Muis keek in het potje.

Er lag iets in.

Een klein metalen voorwerp.

Guinness stak haar p**t erin.

"Koud."

"Voorzichtig," zei Murphy.

Guinness trok het eruit.

Het was een sleutel.

Klein.

Donker van ouderdom.

Aan de bovenkant zat opnieuw hetzelfde teken.

Muis keek naar Harry.

"Waar is hij van?"

Harry bestudeerde de sleutel.

"Geen idee."

"Je weet vandaag opvallend weinig."

"Ik beleef een verfrissende dag."

Murphy keek naar het potje.

Aan de binnenkant stond iets gekrast.

Geen woord.

Een getal.

3

Guinness keek naar het teken met de drie blaadjes.

"Daar heb je die drie weer."

Murphy dacht na.

Drie blaadjes.

Drie poezen.

Het cijfer drie.

"Misschien zijn het geen blaadjes."

Muis keek haar aan.

"Wat dan?"

"Drie mensen."

---

Op dat moment begon het water achter hen anders te klinken.

Niet harder.

Langzamer.

Alsof het geluid zelf veranderde.

Harry draaide zich om.

"Stil."

Iedereen luisterde.

Tussen het kabbelende water klonk iets anders.

Een stem.

Heel zacht.

Een vrouw.

Niet duidelijk genoeg om woorden te verstaan.

Maar er wás een stem.

Murphy liep naar de oever.

Het wateroppervlak trilde.

En heel even...

zag ze geen weerspiegeling van zichzelf.

Ze zag een vrouw.

Een mand aan haar arm.

Naast haar liep een kat.

Donker van kleur.

De vrouw knielde bij het water.

Ze plukte niets.

Ze keek.

Wachtte.

Toen legde ze haar hand op de grond.

De kat naast haar keek plotseling recht naar Murphy.

Murphy verstijfde.

"Mara."

Het beeld verdween.

Het water werd weer water.

Harry kwam naast haar zitten.

"Wat zag je?"

"Elisabeth."

Harry werd stil.

"En Mara."

Muis kwam dichterbij.

"Wat deed ze?"

Murphy keek naar de plek waar de vrouw had geknield.

"Ze zocht niets."

"Ze wachtte."

---

Muis begon onmiddellijk de grond te onderzoeken.

Onder gras.

Tussen wortels.

Langs stenen.

Tot haar p**t iets raakte.

Tik.

Steen.

Guinness hielp haar.

Samen veegden ze aarde weg.

Langzaam verscheen een platte steen.

Daarop stond het bekende teken.

En daaronder...

drie letters.

E

A

M

Murphy keek naar Harry.

"Elisabeth."

Muis wees naar de tweede letter.

"Anna."

Guinness keek naar de derde.

"Mara."

Harry schudde langzaam zijn kop.

"Nee."

"Waarom niet?"

Hij wees naar de steen.

"Deze steen is ouder dan Anna."

Niemand zei iets.

Murphy keek opnieuw.

E.

A.

M.

"Wie is A dan?"

Harry antwoordde niet.

Maar deze keer was dat niet omdat hij het antwoord verborgen hield.

Hij wist het werkelijk niet.

---

Toen begon de kleine sleutel in Guinness' p**t warm te worden.

"Eh..."

Ze liet hem vallen.

De sleutel kwam precies op de steen terecht.

Klik.

Er schoof iets.

Een klein stukje steen zakte naar beneden.

Daaronder verscheen een metalen plaatje.

Met een sleutelgat.

Murphy keek naar Guinness.

Guinness keek naar Muis.

Muis keek naar Harry.

"Niet doen," zei Harry.

De drie poezen staarden hem aan.

Harry zuchtte.

"Waarom probeer ik het eigenlijk nog?"

Guinness pakte de sleutel.

Ze stak hem in het slot.

Hij paste.

Klik.

De steen schoof opzij.

Daaronder lag geen schat.

Geen kruidenboek.

Geen tweede sleutel.

Er lag een klein pakketje, gewikkeld in bijna vergaan linnen.

Muis maakte het voorzichtig open.

Daarbinnen lag een houten kam.

Eenvoudig.

Versleten.

Aan één kant waren drie blaadjes uitgesneden.

En daarnaast stond één naam.

Niet Elisabeth.

Niet Anna.

Niet Mara.

Aleyda.

Harry deed een stap achteruit.

Murphy zag het meteen.

"Je kent die naam."

Harry keek naar de kam.

Heel lang.

Toen zei hij:

"Ik heb haar nooit gekend."

"Maar?"

Harry keek naar de oude route achter hen.

Naar de weegbree.

De vlier.

Het water.

De wilg.

"Elisabeth sprak over haar."

Muis kwam dichterbij.

"Wie was ze?"

Harry keek naar de drie poezen.

"De vrouw van wie Elisabeth haar kruidenkennis kreeg."

Murphy voelde haar hart sneller kloppen.

"Dan hebben we degene vóór Elisabeth gevonden."

"Misschien."

"Hoe lang geleden?"

Harry keek naar de kam.

"Dat is het probleem."

"Waarom?"

"Elisabeth vertelde dat Aleyda al oud was..."

Hij zweeg.

"...toen zijzelf nog een kind was."

Guinness keek naar de steen.

"Hoe oud hebben we het dan?"

Harry keek in de richting van Weert.

Heel ver weg was de toren van de stad nog net zichtbaar.

"Als Elisabeth de waarheid vertelde..."

"...moeten we verder terug dan ik dacht."

Murphy keek naar de drie letters in de steen.

E.

A.

M.

En plotseling begreep ze iets.

"Harry."

"Hm?"

"Als die A voor Aleyda staat..."

Harry keek naar haar.

"...wie is M dan?"

Niemand antwoordde.

Toen bewoog hoog boven hen de oude wilg.

Niet door de wind.

Vanuit de holte van de boom klonk een zacht geluid.

Krrrk.

Muis keek omhoog.

Daar, diep in het hout, verscheen langzaam nog een teken.

Geen takje.

Geen blad.

Een maan.

En daaronder één woord:

Maes.

Harry werd lijkbleek.

Voor zover een spin lijkbleek kan worden.

"Terug naar De Heksenketel."

Murphy keek hem aan.

"Waarom?"

Harry keek naar het woord in de boom.

"Nu."

"Maar wat betekent Maes?"

Harry draaide zich al om.

"Dat..."

zei hij,

"...is geen voornaam."

Hij keek nog één keer achterom.

"Het is een familie."

En voor het eerst sinds hun zoektocht begon, liep Harry voorop.

🌿

Wordt vervolgd...

In hoofdstuk 20 ontdekken Murphy, Guinness en Muis waarom de naam Maes Harry zo laat schrikken. En misschien blijkt de geschiedenis van de kruidenvrouwen helemaal niet bij één familie te horen, maar bij een keten van vrouwen die hun kennis eeuwenlang aan elkaar doorgaven.

Adres

Hoogstraat 10
Weert
6001EV

Openingstijden

Dinsdag 09:30 - 18:00
Woensdag 09:30 - 18:00
Donderdag 09:30 - 18:00
Vrijdag 09:30 - 18:00
Zaterdag 09:30 - 17:00

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De Heksenketel Weert nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen